|
|  | | |
Hoofdstuk 12
Wie had het offer nodig?
Gemeente? Waarom zou ik daar ooit naar toe gaan? Ik voelde me al zo beroerd. Ze zorgen er alleen maar voor, dat ik me nog beroerder ga voelen!
-Een prostituee uit Chicago,
Citaat van Philip Yancey in
‘What’s So Amazing About Grace?’
“Want God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.” (Joh. 3:16).
Ben ik de enige die vond, dat deze tekst niet zo'n erg groot nieuws bracht, toen ik hem voor de eerste keer hoorde? Ik weet wel dat ze gaat over de ongelofelijke gift van God, waardoor wij niet hoeven te sterven voor onze zonden. Voor ons is het ongetwijfeld iets geweldigs. Maar wat zegt het over God?
Toen ik dit als kind op de Zondagsschool hoorde, was mijn eerste reactie:”Als Hij zoveel van ons hield, waarom heeft hij het dan zelf niet gedaan?” Ik geef toe, dat ik misschien beinvloed werd door de taken die ik thuis moest doen. Want pa hield zoveel van een goed onderhouden tuin, dat hij mij naar buiten stuurde, om het gras te maaien. Pa hield zoveel van zijn wijngaard, dat hij mij er naar toe stuurde om er in te werken. Pa hield zoveel van een ijskoude Pepsi, dat hij mij naar de koelkast stuurde om er eentje voor hem te halen.
Dus, waarom kwam God niet zelf in menselijke gedaante en onderwierp Hij zichzelf niet aan de meest pijnlijke en vernederende dood die je je maar kunt voorstellen? Neen, Hij stuurde in plaats daarvan Zijn Zoon; althans zo dacht ik. En mijn verwarring stopte daar niet. Hoewel ik dankbaar was, voor de redding waarin Hij had voorzien, had ik zo mijn gedachten over God, vanwege de manier waarop Hij dit had gedaan.
Wat voor Vader bevredigt zijn behoefte aan rechtvaardigheid door de dood van zijn eigen Zoon? Had Hij ons niet gewoon kunnen vergeven, zonder een onschuldig slachtoffer daarvoor te nemen?Als iemand mij onrecht heeft aangedaan en de enige manier waarop mijn woede gestild kan worden zou zijn dat ik iemand anders straf zodat ik hem (hen) kan vergeven, wat zegt dat dan over mij?
Als het kruis diende als Gods behoefte om door een menselijk offer tevreden gesteld te worden, en helemaal dat van Zijn eigen Zoon, dan hebben we toch nog wel aardig wat kritische vragen. Stel die vragen eens aan anderen en de meesten zullen het beantwoorden ervan uit de weg gaan, en betogen dat Gods eis om gerechtigheid ons bevattingsvermogen te boven gaat. Maar ik ben er van overtuigd, dat vanwege de dissonante perspectieven over God, die voortkomen uit een kijk op het kruis die gebaseerd is op ‘alleen’ maar verzoening, velen ervan zullen terugschrikken voor de intieme relatie die Hij zo graag met ons wil hebben.
Maar de niet te beantwoorden vragen zouden ons ertoe moeten leiden om onze misvormde kijk op het kruis te herzien. Vanaf de val van Adam zijn we God niet gaan zien als een liefhebbende Vader die ons uitnodigt om Hem te vertrouwen, maar als een eisende heerser, die tevreden gesteld moet worden. Als we vanuit die hoek starten, missen we Gods doel met het kruis. Want Zijn plan was niet de een of andere behoefte van Hemzelf te bevedigen ten koste van Zijn Zoon, maar veel meer een behoefte die wij hebben te bevredigen, ten koste van Hemzelf.
De dekmantel
Leven volgens het principe van ‘de vrede bewaren’ (m.a.w.‘de ander tevreden stellen’) is een beangstigend spelletje, vooral als je het speelt met de Al-wetende, Almachtige God. Hoewel ik geen moment geloof, dat God het speelt, hebben velen van ons geleerd dat Hij dat wel doet, en daarom proberen we de ene keer genoeg te doen om Hem te behagen en de andere keer proberen we ons te verbergen, wanneer we bemerken dat we dat niet kunnen.
Op het moment, dat Adam en Eva van de vrucht aten, werden hun ogen geopend en zagen ze goed en kwaad. Het eerste kwaad dat ze zagen, was in henzelf. Hoewel ze naakt waren geweest vanaf het moment dat ze geschapen werden, waren zij zich nu bewust van het feit, dat ze naakt waren en ze zochten een bedekking voor hun schaamte.
Klaarblijkelijk was het eerste wat ze zagen dat groot genoeg was om hen te bedekken, vijgebladeren. Ze plukten er een paar af, vlochten die aan elkaar en ‘trokken’ ze aan. Ik krimp ineen alleen al bij de gedachte. Ik ben in vijgenboomgaarden geweest en ik weet hoe stekelig en jeukend die bladeren zijn. Als materiaal voor 'ondergoed' is het echt een slechte keuze, zoals trouwens de meeste dingen die we gebruiken om ons te ‘bedekken’.
Maar de werkelijke prijs voor hun schaamte zien we een tijdje later, wanneer God opnieuw in de Hof verschijnt. In plaats van zich veilig bij Hem te voelen, voelen ze zich genoodzaakt weg te rennen en zich te verstoppen. Merk op dat God Zich niet voor hen verborgen hield en Hij was ook niet boos op hen vanwege hun ongehoorzaamheid. In plaats daarvan kwam Hij naar hen toe, gewoon om bij hen te zijn. Zij waren degenen, die van schaamte ineenkrompen, in de hoop dat de bosjes hen zouden verbergen, iets wat de vijgenbladeren niet konden doen.
Toen God dichterbij kwam, vertelden zij Hem over hun schaamte en hun falen. En zo zochten ze nog steeds ‘bedekking’. Adam gaf Eva de schuld:”De vrouw .... gaf mij wat van de vrucht van die boom, en ik at het op.” Geen wonder, dat zij zich niet veilig voelden in hun naaktheid. Ze waren ook naakt. Adam gaf zijn vrouw de schuld, om zichzelf ‘vrij’ te pleiten, en gebruikte ‘haar schuld’ om dezelfde reden als waarvoor hij de vijgenbladeren had gebruikt.
Maar Adam legde niet alleen de schuld bij Eva. Het was niet alleen de vrouw, die hem had laten struikelen, maar “de vrouw die U mij gegeven hebt”. Adam probeerde zelfs een deel van de verantwoordelijkheid bij God te leggen. Toen God Zijn aandacht op Eva richtte, gaf zij de schuld aan de slang die haar misleid had.
De schepping was besmeurd en God vertelde wat de gevolgen waren van die misstap. Nu ze al geestelijk dood waren in de relationele verbrokenheid die er het gevolg van was, zouden ze ook de lichamelijke dood ervaren. God verdreef hen uit Zijn Hof, omdat Hij niet wilde dat ze ook nog eens van de Boom des Levens zouden eten en daardoor voor eeuwig in die zondige toestand zouden moeten verkeren. Door de eeuwigheid heilig te bewaren, bereidde God een veilige plek voor, voor hun uiteindelijke redding. ‘De ziel die zondigt, zal sterven,” is een verklaring van genade en niet van boosheid. Het wil zeggen, dat zonde een einde kent en dat wij de gelegenheid hebben om terug te krijgen wat we verbeurd hebben.
Vredesvoorwaarden
Hun misstap had ernstige gevolgen voor de schepping en hun relatie met hun Schepper. Hij kon niet langer de vriend zijn die met hen in de Hof wandelde, omdat hun eigen gevoel van schaamte hen steeds ineen zou doen krimpen, elke keer dat Hij bij hen zou komen.
Het kennen van goed en kwaad had Adam en Eva niet de vreugde gebracht die ze gedacht hadden te zullen ervaren. Omdat ze goed en kwaad hadden leren kennen, los van hun vertrouwen in God, misten ze de kracht om het kwade te weerstaan en het goede te kiezen. Zij ontdekten – en met hen alle generaties na hen – dat ze gevangen zaten in kwade lusten met hun destructieve gevolgen, en een overweldigend gevoel van schaaamte.
Toen God Zich daarna op aarde vertoonde, vielen zelfs de meest rechtvaardige mensen op hun gezicht, overspoeld door hun eigen gevoel van onwaardigheid. De vriendschap met zijn schepping, waar Hij naar zo verlangde, was gedwarsboomd. In plaats van Zijn vriendschap te zoeken, dachten de mensen er alleen nog maar aan Hem tevreden te stellen: door op de een of andere manier genoeg goed te doen om zo in Zijn gunst te kunnen blijven staan. De Schepper was iemand geworden die je vermeed, en niet iemand die je omhelsde.
Deze schaamte is onze menselijke natuur zo binnengedrongen, dat dit streven naar verzoening zelfs in elke valse religie die de mensheid heeft bedacht naar voren komt. Vanaf de vroegste pogingen van stammen om de ‘goden van de aarde’of de ‘god van de regen’ tevreden te stellen tot de meer gekunstelde religieuze systemen met hun afgoderij en traditie toe, was het doel altijd hetzelfde: Wat kunnen we doen om de wraak van de goden weg te nemen en hen gunstig gezind te maken?
Hij houdt van me. Hij houdt niet van me.
Goede tijden leiden tot zelfvoldaanheid en slechte tijden tot nog meer rituelen van berouwvol gebed, grote offers en goede daden. Hun offers begonnen in de vorm van kleine gebaren, met fruit of graankorrels, maar als de tijden steeds zwaarder werden, werden steeds grotere giften verlangd. Al spoedig werden dieren geofferd, en in veel culturen over de hele wereld werden mensenoffers de ultieme uitdrukking van overgave en toewijding aan hun ‘would-be’ god.
Maar zo wilde de ware God niet gekend worden.
Ik zal er zelf in voorzien
Als je vandaag de dag naar Tel Meggido in Israel gaat, vind je daar een bergtop waarop een altaar staat, dat gebruikt werd om eerstgeboren mannelijke kinderen aan de goden van de Kanaanieten te offeren. De gids zal je vertellen, dat dat altaar gebruikt werd toen Abraham in het Beloofde Land kwam. Ze dachten, dat ze hun god tevreden konden stellen met zulke offers.
En dus was het voor Abraham niet ongeloofwaardig, toen de God die zijn leven had aangeraakt hem vroeg om zijn enige zoon te offeren. Alle andere goden in Kanaan deden dit, dus waarom zijn god niet? Maar deze God was geen valse god, zoals die anderen die geinteresseerd waren in mensenoffers. Dit was de ware, levende God. Hij stond op het punt om Zichzelf aan Abraham te openbaren en Hij wilde dat Abraham wist, dat deze God niets gemeen had met Moloch, Baal of Ashera.
Op Gods woord nam Abraham zijn zoon – zijn dierbare, die in zijn ouderdom was geboren – en ging op weg naar de berg Moria. Toen ze vlakbij de berg waren, merkte Izak, dat ze geen offer hadden. “Het vuur en het hout is er, maar waar is het lam voor het brandoffer?”
Het lijkt erop, dat het antwoord van Abraham niet zozeer getuigde van een briljant inzicht in Gods karakter, als wel een zijdelingse opmerking om de nieuwsgierigheid van zijn zoon te sussen. Niettemin sprak hij profetisch uit wat God hem wilde laten zien. “God zal zelf voor een lam zorgen voor het brandoffer, mijn zoon.”
Pas later, toen zijn zoon vastgebonden op het altaar lag en Abraham het mes ophief om het in zijn zoon te steken, zag hij hoe profetisch zijn woorden waren geweest. “Abraham! Abraham! Leg het mes maar weg, en laat de jongen ongemoeid. Ik weet nu, dat je God vreest, omdat je hem Mij niet hebt onthouden, jouw zoon, je enige zoon” (Gen.22:12).
Abraham had oog in oog gestaan met de ultieme test van ´zijn-God-vertrouwen´. Hij ontdekte, dat het nooit Gods bedoeling was geweest dat hij zijn zoon zou moeten offeren. Nadat God Abraham had gewezen op een ram dichtbij in de struiken, offerde hij die in plaats van Izak. Abraham noemde die plaats in het vervolg “De Heer zal voorzien” (Jehovah Jireh), en hij begreep, dat zijn eerdere woorden meer waar waren geweest, dan hij ooit had kunnen bedenken.
God trok een streep, die Hem afscheidde van alle valse goden die de mensen ooit hadden gemaakt. De afgoden eisten offers voor hun eigen genoegdoening. Deze God zou voor het offer zorgen dat we nodig hadden, het offer dat eindelijk onze schaamte zou wegnemen en ons in staat zou stellen Hem te kennen zoals Hij werkelijk is.
Op de berg Moria gaf God Abraham een voorafschaduwing van wat hij letterlijk zou doen, zo’n drie duizend jaar later, op een andere heuvel daar niet ver vandaan, genaamd Golgotha. En dat zou geen vredesoffer zijn voor een boze God door wat voor soort offer dan ook dat wij zouden kunnen geven, maar een daad van een liefhebbende God die Zichzelf gaf voor hen die gevangen zitten in de zonde.
Hij was allesbehalve een bloeddorstige Heerser die een offer verlangde om zijn behoefte aan wraak te stillen. De Levende God geeft Zichzelf om de verbannen zonen en dochters terug te brengen. Hij had geen offer nodig om ons lief te kunnen hebben: Hij hield altijd al van ons.
Wij hadden een offer nodig voor onze schaamte, zodat we vrij zouden zijn om Hem weer lief te hebben. Aan het kruis heeft God het onweerlegbare bewijs geleverd dat Hij o zoveel van ons houdt. Voor hen die dat begrijpen, opent het een deur om te doen wat Adam en Eva niet konden doen op die rampzalige dag in de Hof: ons leven toevertrouwen aan de Levende God.
“Daarom is er nu geen veroordeling meer voor hen die in Christus zijn, omdat in Christus Jezus de wet van de Geest des Levens mij vrij heeft gemaakt van de wet van zonde en dood.”
- Romeinen 8: 1-2
Vragen voor jouw persoonlijke reis:
• Herken je de gevolgen van schaamte in je eigen leven?
• Wat voor pogingen heb je gedaan om je beter voor te doen ten opzichte van anderen, van jezelf en zelfs ten opzichte van God?
• Denk je, in je relatie met God, aan wat jij voor Hem kan doen of aan wat Hij al voor jou gedaan heeft?
• Vraag Hem je te laten zien hoe het ‘verzoeningsdenken’ je relatie met Hem vervormt en vraag Hem om je ervan te bevrijden, zodat je deel kunt hebben aan wat Hij in jou wil doen.
Voor bespreking in de kleine groep:
• Denk eens samen na over de waarheid, dat de Ware God degene is, die Zich wil offeren voor ons, in plaats van dat een god eist dat wij offeren voor hem.
• In welke situaties probeer je nog steeds God tevreden te stellen door de ‘offers’ die jij brengt.
• Of verwijt je anderen (‘daders’?) dat zij niets doen waardoor jouw pijn verzacht zou kunnen worden?.
• Hoe verandert dit (Punt 1) jouw kijk op het christendom?
• Neem eens even de tijd om God samen te danken, dat Hij voorzien heeft in alles wat we nodig hebben om een vertrouwelijke relatie met Hem te krijgen.
Ga naar hoofdstuk 13
| |
| | |

Lifestream Homesite van de schrijver Wayne Jacobson (Engels)
Contact Contact mogelijk met de vertaler Coen Groos of met de webmaster Mirjam Slootweg alias Cybermier
| |  | | |
De schrijver, Wayne Jacobson, heeft vaak gezegd dat ‘HE LOVES ME’ het belangrijkste boek is dat hij ooit heeft geschreven. Het is zijn verlangen dat dit boek voor iedereen beschikbaar is. Leren leven vanuit de dagelijkse ervaring van Vaders liefde en niet vanuit een prestatie-gerichtheid die voortkomt uit een religieus plichtsbesef. Dit zal je leiden naar een intiemere vriendschapsrelatie met Hem. Het zal je diepste innerlijk raken en je volkomen veranderen. Het zal je vrijzetten om Hem in de wereld bekend te maken door met anderen deze reis te delen en je zult ervaren hoe fantastisch het leven van een christen kan zijn.
Deze vertaling van ‘HE LOVES ME’ (van Wayne Jacobson) wordt je gratis aangeboden. Hoewel er copyright op rust, mag je het via de elektronische weg of in geprinte vorm doorgeven aan anderen, als je er maar geen geld voor vraagt en niets aan de inhoud verandert.
| | |
|