Inhoudsopgave
Voorwoord
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
Hoofdstuk 6
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 8
Hoofdstuk 9
Hoofdstuk 10
Hoofdstuk 11
Hoofdstuk 12
Hoofdstuk 13
Hoofdstuk 14
Hoofdstuk 15
Hoofdstuk 16
Hoofdstuk 17
Hoofdstuk 18
Hoofdstuk 19
Hoofdstuk 20
Hoofdstuk 21
Hoofdstuk 22
 
Hoofdstuk 9

De God waar we zo "graag" bang voor zijn



`Het is niet zo dat het Christelijke ideaal is gewogen en te licht bevonden. Men vindt het moeilijk en heeft het niet uitgeprobeerd.`

G.K.Chesterton



Het was een raar spelletje dat we als kleine kinderen speelden. We joegen elkaar de stuipen op het lijf, alleen maar voor de grap.
We zaten bijvoorbeeld met z’n allen in de voortuin bij iemand thuis, tot een van ons dan plotseling naar de straat wees en zei, dat hij een kidnapper had gezien die probeerde naar ons toe te sluipen. De anderen deden dan net alsof ze bang waren. “Echt waar, hoor,” zei hij dan.” Ik zag dat-ie onze kant opkeek.” Zo ging hij dan een tijdje door maar toch geloofden we hem niet. Uiteindelijk deed iemand anders dan met hem mee en wees naar iets dat er verdacht uitzag. Iemand op straat die onze kant uit keek, of een auto die wel erg langzaam voorbij reed. En dan begon het spelletje pas goed.
Iedereen deed aan het spel mee, in de hoop dat de anderen zo bang zouden worden, dat ze van de veranda zouden wegrennen. Degene die het laatst wegrende, had gewonnen. Maar we waren jong en het duurde meestal niet zo lang. In de loop van het spel werd de werkelijkheid verdraaid en geloofden we allemaal ons eigen verhaal. Plotseling renden we weg van de veranda, naar de achtertuin, of naar beneden, naar de veiligheid van het souterrain.
Na een poosje ebde onze angst dan weg en vertelden we elkaar hoe bang we waren geweest. En dan gingen we weer naar voren om te zien of we nog meer ‘kidnappers’ konden ontdekken. En het hele proces begon opnieuw totdat we weer naar het veilige souterrain renden.
Het was maar een spelletje, maar het deed ons proeven aan het hebben van macht door gebruik te maken van angst. Zelfs al verzonnen we het zelf en al durfden we die angst te weerstaan, dan nog lieten we toe dat ze ons te pakken nam.


Een sterke macht

Als je ooit hebt geprobeerd te gaan slapen terwijl je je angstig voelde, weet je hoe taai die angst is. Zelfs als we haar met ons verstand kunnen wegredeneren, dan nog oefent angst macht over ons uit, als een meedogenloze vloedgolf.
Zij die mensen ergens toe willen aanzetten, weten dat niets beter werkt dan dit. Ik zie het in mijn werk op een aantal openbare scholen waar ik leerkrachten help te manoevreren in de gevaarlijke wateren waar kerk en staat op elkaar botsen. In alle brieven die door de voorstanders van rechts en links worden verstuurd, wordt uitsluitend een beroep gedaan op de angst voor wat de andere partij doet om ‘het Amerika dat we liefhebben’ kapot te maken. Ze weten dat er niets zo goed werkt om ervoor te zorgen dat mensen geld zullen sturen of hun tijd en energie zullen geven.
In deze tijd wordt ons leven vaak beheerst door angst. Ze drijft ons ’s morgens naar ons werk toe, we doen ’s nachts de deur op slot en ons hart begint te bonzen als er een politieauto achter ons rijdt die ons naar de zijkant van de weg stuurt. Reclamemensen gebruiken het, zelfs vrienden en familieleden, als ze vinden dat we iets moeten doen wat zij het beste vinden.

We zijn bang om niet gekend te worden.
We zijn bang dat we iets tekort komen.
We zijn bang dat we gepakt worden.
We zijn bang dat we niet de juiste persoon zullen vinden om mee te trouwen.
We zijn bang dat we lichamelijk achteruit zullen gaan.
We zijn bang voor levensbedreigende ziekten.
We zijn bang voor de veiligheid van onze kinderen.
We zijn bang voor wat andere mensen van ons denken.
We zijn bang dat andere mensen ons maar niets vinden.
We zijn bang voor criminaliteit.
We zijn bang dat we een van onze dierbaren zullen verliezen.
We zijn bang voor de autoriteiten.
We zijn bang dat we niet de dingen zullen krijgen die we zo graag willen hebben.
We zijn bang voor wat anderen ons aan zullen doen.
We zijn bang voor verwerping.
We zijn bang dat we zullen falen.
We zijn bang dat anderen misbruik van ons zullen maken.
We zijn bang om alleen te zijn.
We zijn bang dat we onze baan kwijt zullen raken.
We zijn bang dat anderen er achter zullen komen dat we niet zijn zoals we ons voordoen.
We zijn bang dat ons iets ergs zal overkomen.
We zijn bang dat we nergens bij zullen horen.
We zijn bang voor de dood.

Geen wonder dat het soms niet makkelijk is om in slaap te komen en geen wonder dat we te maken krijgen met allerlei symptomen van stress, van hoofdpijntjes tot zware depressies toe. Angst is zo krachtig dat bijna al onze menselijke instellingen verschillende vormen van angst gebruiken om mensen onder controle te houden. Door de juiste combinatie van beloningen en straffen te hanteren, kunnen ze makkelijk de angsten van mensen uitbuiten om ze iets te laten doen, waar ze anders niet over zouden peinzen.
Het zou makkelijk zijn om nu te stellen, dat angst ons altijd leidt tot schadelijke en destructieven dingen, maar dat is niet waar. Soms zal angst ons leiden tot het nemen van verstandige beslissingen. De angst om gepakt te worden kan ons helpen de verleiding te weerstaan om iets verkeerds te doen. De angst om onze baan kwijt te raken, kan ons ertoe bewegen om harder te werken dan we anders zouden doen.
In een gevallen wereld is angst de enige manier om de samenleving in toom te houden. Wanneer we gericht zijn op niets anders dan ons eigen belang, is de angst voor schadelijke gevolgen het uitgangspunt van alle wetten en elk gezag. Voordat Jezus stief aan het kruis was er niets anders. Zelfs God gebruikte angst om er voor te zorgen dat de zonde onder Zijn volk in toom gehouden werd.
“De vrees voor de Heer is het begin van wijsheid,” schreef de Psalmist. We komen tot de betreurenswaardige conclusie dat angst niet ons probleem is, maar dat wat we vrezen. Als we de ontzagwekkende, heilige God meer zullen vrezen dan iets anders in ons leven, zal dit ons op het rechte pad houden, althans zo denken we.
En zo bezien we angst vanuit verschillende gezichtspunten. Angst voor wat anderen wel van ons zullen denken kan ons op een verkeerde weg leiden, maar vrees voor God kan ons helpen naar heiligheid te streven. We denken dat het niet gaat om wat we vrezen, als wel wie we vrezen.


Gewonnen door angst

Kijk eens naar de geschiedenis van het Christendom. Het volk onderwijzen zodat zij God en Zijn oordelen zullen vrezen, is het meest gebruikte motief om de gelovigen in toom te houden. Het is nu algemeen aanvaard als de beste manier om er voor te zorgen dat de mensen God zullen volgen.
De Sint Cecile Kathedraal steekt hoog uit boven ieder ander gebouw in het dorp Albi, dat in Zuid Frankrijk ligt. Net zoals in de Sixtijnse kapel in het Vaticaan zijn het plafond en de muren van het schitterende gebouw beschilderd met bijbelse taferelen. Het hele bijbelverhaal heeft men op het plafond geschilderd, met een schitterende blauwe achtergrond. Achterin de kathedraal begint het met de schepping en het eindigt voorin met het Laatste Oordeel. Achter het altaar en er bovenuit toornend door haar enorme afmetingen is een van de grootste veelkleurige schilderingen ter wereld, bijna 12 meter hoog en 9 meter breed. In de oorspronkelijke vorm wordt God uitgebeeld, zittend in het midden op de troon, waar Hij rechtspreekt over de schapen en de bokken.
De laatsten worden in de foltering van de hel geworpen, hartverscheurend weergegeven in zeven afzonderlijke panelen die de hele onderkant van de compositie beslaan. Elk paneel is 4,5 meter hoog en laat zien hoe degenen die schuldig zijn geweest aan een van de zeven doodzonden in de hel gepijnigd zullen worden. De hebzuchtigen bijvoorbeeld worden afgebeeld in gebonden toestand terwijl demonen gesmolten goud in hun keel gieten. Deze scene werd in de 14e eeuw geschilderd en geeft weer wat de ontwerpers duidelijk in de gedachten van de gelovigen gegrift wilden hebben, wanneer ze in de Kathedraal samenkwamen. God is een verschrikkelijke rechter en er zullen afschuwelijke dingen gebeuren met hen die niet doen wat Hij zegt. Het is een refrein dat we vaak tegenkomen in de christelijke geschiedenis, ook nu nog.
Terwijl mijn vrouw en ik onlangs stonden te wachten om naar binnen te gaan bij een concert van Celine Dion, werden we gecontronteerd met een luidruchtige groep die onze dreigende bestemming naar de hel aankondigde. “Kan het jullie niets schelen, dat je op weg bent naar de hel”, schreeuwde iemand me in m’n gezicht, een paar stappen van me vandaan. “Bekeer je anders zal je voor eeuwig in doodsangst branden!”
Ik twijfel er niet aan of deze mensen bedoelden het goed en dachten dat dit de beste manier was om mensen tot God te brengen. Maar het was duidelijk, dat de menigte om hen heen niet overtuigd was. De meesten negeerden hen. Anderen waren verontwaardigd over de overlast die ze bezorgden door het brengen van deze boodschap aan een gehoor dat hierom niet had gevraagd.
Gedurende het grootste deel van haar geschiedenis is het Christendom onafscheidelijk verbonden geweest aan de God van het oordeel. De panelen in de Kathedraal in Albi, de boodschap van Jonathan Edwards:“Zondaren in de handen van een boze God”, of de dwingende uitnodiging om Christus aan te nemen, omdat “je vanavond wel eens zou kunnen sterven en naar de hel gaan”. Ze proberen allemaal te bouwen op het fundament van angst. Hoewel het effectief mag lijken te zijn om mensen aan te zetten om ter plekke een beslissing voor Jezus te nemen, heeft die zelden geleid tot geestelijke passie en groei.
Is het niet vreemd, dat het meest ´overtuigende´argument in de discussie over God-kennen het afschrikwekkende beeld is van Hem-niet-te-kennen. Deze insteek kom ik in de bediening van Jezus niet tegen. Zeker, Hij en schrijvers van het Nieuwe Testament waarschuwen ons voor de vernietigende kracht van de zonde en voor de gevolgen die degenen die Zijn offer tot redding afwijzen zullen ondervinden. Maar Hij gebruikte die angst niet om mensen te bewegen Hem te volgen.
Zijn uitnodiging had betrekking op een God, die hen volmaakt liefheeft en op een koninkrijk dat waardevoller is dan wat zij ooit daarvoor gekend hadden. Hij gebruikte hun angst niet, omdat Hij wist, dat die een onderdeel was van het probleem, zelfs hun angst voor God. Hoewel ze makkelijk misbruikt zou kunnen worden voor het bewerken van een tijdelijke reactie, zou ze nooit genoeg zijn om hen binnen te leiden in de volheid van de heerlijkheid van Zijn Vader.


Als angst niet genoeg is

Ik dacht, dat ik de Opname was misgelopen, en als je twaalf jaar oud bent, is dat behoorlijk ontmoedigend.
Toen ik op de middelbare school zat gebeurde het volgende: mijn ouders hadden een boodschap achtergelaten bij de concierge, dat ik na school niet de bus naar huis moest nemen, omdat zij me zouden komen ophalen. Maar door een tragisch samenspel van vergissingen bereikte hun boodschap mij niet. Dus stapte ik na school zoals gewoonlijk op de bus. Maar die dag was het anders. Om te beginnen zaten mijn oudere broers, die altijd eerder op dezelfde bus stapten bij een andere school niet in de bus. Toen we een paar minuten later bij de school kwamen waar mijn jongste broer op zat, stond hij daar niet bij de bushalte. Hoe kon dat nou, vroeg ik me af?
Meteen moest ik denken aan wat de voorganger afgelopen zondag in de kerk had gezegd. Toen hij het had over de Wederkomst van Christus vertelde hij over twee mensen die op een akker waren. De ene werd opgenomen, de andere werd achtergelaten om de kwelling van de Grote Verdrukking te ondergaan. “Als er een onbeleden zonde tussen jou en God in staat, als Jezus terugkomt, zal je achtergelaten worden.” Het duurde niet lang, voordat ik daar in die bus, zonder de rest van mijn familie, aan een hele lijst met dingen moest denken, die mij buiten de Opname zouden kunnen houden.
Die busrit naar huis was de langste die ik ooit heb gemaakt. Tegen de tijd dat ik bij mijn halte aankwam schoot mijn verbeelding alle kanten op. Ik was er nu zeker van dat ik de Opname gemist had. Ik rende de paar honderd meter van de bushalte naar ons huis toe, nog steeds hopend, dat tenminste een van mijn ouders nog thuis zou zijn. Maar er was niemand.
Ik was verbijsterd.. Ik bad. Ik huilde. Ik had berouw. Ik smeekte God om mij ook op te nemen, al was het een beetje laat, maar het hielp allemaal niets. Doodsbang voor de komende verdrukking, wist ik dat naar de hel gaan nog erger was. En toen besloot ik dat ik God trouw zou blijven, ongeacht wat de Antichrist mij zou aandoen. Hoewel ik de eerste kans had verknald, zou ik de tweede kans pakken. In mijn jeugdige bravour maakte ik mezelf klaar om de Antichrist tegemoet te treden.
Een uur later kwamen mijn ouders terug met de rest van het gezin en toen bleek de miscommunicatie. Ik had de Opname helemaal niet gemist! Ik was in de wolken door dat nieuws. Maar ik nam geen risico voor de toekomst. Ik zou de beste twaalfjarige zijn die God ooit had gehad.
De maand daarop was ik dat misschien ook wel. Zo goed als ik kon, leefde ik zonder zonden, ging iedere verleiding die zich voordeed uit de weg, en besteedde iedere dag tijd aan gebed en bijbellezen. Maar dat duurde niet lang. Naarmate de dagen verstreken, verdween ook mijn angst. Tot ik een paar maanden later weer terug bij af was.
Jezus wist dat angst een tijdelijke oplossing was, net zoals een kruk dat is voor iemand met een gebroken been.. Al kan het een stevig motief zijn op korte termijn, op de lange duur is het absoluut waardeloos. Als zodanig verandert het ons niet echt, het houdt ons alleen maar in bedwang zo lang als onze angst aangewakkerd wordt. Daarom zijn preken over Gods oordeel zo gewoon in het Christendom. Ze confronteren ons met onze angst voor God en proberen ons op te wekken om te gaan leven op de manier zoals we zouden moeten leven. Het berouw dat hiermee gepaard gaat en het besluit om onszelf opnieuw aan de zaak van Christus te wijden, geven ons weer een ‘schoon’ gevoel.
Zo’n ervaring helpt ons om een tijdje ‘beter’ te leven – maar alleen voor een tijdje. Uiteindelijk zakt de passie van zulke momenten weer weg en de ‘oude ik’ komt weer tevoorschijn. Tenslotte zitten we weer in hetzelfde patroon als waar we ons van bekeerd hadden. En al spoedig herhaalt de cyclus zich.
Angst kan ons niet leiden tot een blijvende verandering, maar alleen tot een tijdelijke wijziging van ons gedrag. In plaats van ons uit te nodigen tot een relatie met de Levende God, duwt ze ons verder weg, met gevoelens van onbekwaamheid en herhaaldelijk falen.
Jezus had een veel betere manier. Hij wilde de slavernij van de angst zelf verbreken – zelfs onze angst voor God. Hij kende een macht die veel sterker was – een die niet minder zou worden na verloop van tijd, maar een die ons zou uitnodigen tot een diepe, intieme relatie met God.


“Wees niet bang, kleine kudde, want het heeft je Vader behaagd je het koninkrijk te geven.”

- Lucas 12:3



Vragen voor jouw persoonlijke reis:

• Denk eens even terug aan het moment dat je voor de eerste keer je leven aan Christus gaf. Deed je dat, omdat je overweldigd werd door Zijn liefde, of omdat je bang was voor Zijn straf?
• Als je er nu aan denkt dat God elk moment van elke dag naar je kijkt, vind je dat dan geruststellend of beangstigend?
• Beschouw je ‘Hem vrezen’ als een noodzakelijk motief om je te helpen zonde te vermijden en de dingen te doen waarvan jij denkt dat God wil dat je ze doet? Zo ja, heeft het je geholpen alle zonden in je leven te vermijden?
• Denk eens goed na over deze vragen, en vraag God je te laten zien hoe jouw vrees voor Hem jou er misschien van weerhoudt je veillig te voelen in Zijn tegenwoordigheid.


Voor bespreking in de kleine groep:

• Als je naar de lijst van soorten angst kijkt die in dit hoofdstuk genoemd worden, welke vinden wij dan in het algemeen gesproken helpen? Welke zijn gevaarlijk? Met welke heb je de meeste moeite?
• Heeft de angst voor de Heer je geholpen om bepaalde schadelijke handelingen in je leven te vermijden?
• Heeft het je voldoende geholpen om helemaal te stoppen met zondigen?
• Vertel eens over een periode in je leven waarbij de vrees voor de Heer erg reeel voor je was. Wat voor invloed had die vrees op je relatie met Hem?
• Reageer eens naar elkaar waarover je het hebt gehad in het gebed, waarin je de Heer vroeg je te bevrijden uit de slavernij van de angst.


Ga naar hoofdstuk 10
 
 

Lifestream
Homesite van de schrijver
Wayne Jacobson (Engels)


Contact
Contact mogelijk met de vertaler Coen Groos of met de webmaster Mirjam Slootweg alias Cybermier


 
  De schrijver, Wayne Jacobson, heeft vaak gezegd dat ‘HE LOVES ME’ het belangrijkste boek is dat hij ooit heeft geschreven. Het is zijn verlangen dat dit boek voor iedereen beschikbaar is. Leren leven vanuit de dagelijkse ervaring van Vaders liefde en niet vanuit een prestatie-gerichtheid die voortkomt uit een religieus plichtsbesef. Dit zal je leiden naar een intiemere vriendschapsrelatie met Hem. Het zal je diepste innerlijk raken en je volkomen veranderen. Het zal je vrijzetten om Hem in de wereld bekend te maken door met anderen deze reis te delen en je zult ervaren hoe fantastisch het leven van een christen kan zijn.

Deze vertaling van ‘HE LOVES ME’ (van Wayne Jacobson) wordt je gratis aangeboden. Hoewel er copyright op rust, mag je het via de elektronische weg of in geprinte vorm doorgeven aan anderen, als je er maar geen geld voor vraagt en niets aan de inhoud verandert.