Inhoudsopgave
Voorwoord
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
Hoofdstuk 6
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 8
Hoofdstuk 9
Hoofdstuk 10
Hoofdstuk 11
Hoofdstuk 12
Hoofdstuk 13
Hoofdstuk 14
Hoofdstuk 15
Hoofdstuk 16
Hoofdstuk 17
Hoofdstuk 18
Hoofdstuk 19
Hoofdstuk 20
Hoofdstuk 21
Hoofdstuk 22
 
Hoofdstuk 8

De zakenman en de bedelaar



Als we erkennen dat we machteloos en hulpeloos zijn, als we erkennen dat we armen zijn aan de deur van Gods genade, dan kan God iets moois van ons maken.

-Brennan Manning in ‘Het schooiers evangelie’



Het verhaal bleek over twee mannen te gaan. Dit zijn de enige twee ontmoetingen gedurende de laatste korte reis van Jezus naar Jeruzalem en zijn naderende dood, die Marcus de moeite van het vermelden waard vond. De ene ontmoeting vond plaats aan het begin van die reis, vlakbij Zijn thuisbasis Galilea. De andere ontmoeting vond plaats op het laatste stukje van die reis, in de stad Jericho, vlak voordat Hij op zou gaan naar Jeruzalem.
Twee mannen, die allebei een grote nood hadden, kwamen bij Jezus om hulp. Het is duidelijk, dat Jezus de helpende hand naar hen allebei uitsteekt, maar zoals we zullen zien was er maar eentje die deze hand ook greep. De ene verliet Jezus en ging weg, met een terneergeslagen gezicht, bedroefd omdat hij niet begreep wat Jezus bedoelde. Kijk eens even goed naar elk van hen. Waarom ontving de een wel en de andere niet? Als jij net zo bent als ik zal je jezelf in allebei herkennen, op verschillende momenten van je leven. Maar nu zal je zien welk voorbeeld je duidelijk maakt hoe je naar God kunt reageren en welke van de twee je beste voornemens zal nemen en die zich tegen je laten keren.
Het antwoord zal je misschien verbazen, omdat het het tegenovergestelde is van alles wat de meesten van ons altijd over God geleerd hebben en hoe Hij in ons werkt.


Gevangen in het doen

Jezus was nog maar net aan Zijn reis naar Jeruzalem begonnen, toen een man naar Hem toe rende en voor Hem neerknielde in het stof. “Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beerven?” Zowel zijn tred als zijn houding geven blijk van de wanhoop in zijn vraag. Hij wist dat Jezus iets had wat hij niet had en hij wilde er achter komen wat Zijn geheim was voordat Hij de stad verliet.
De vraag klinkt eerlijk genoeg, zelfs nederig. Jezus antwoordt hem door te verwijzen naar de geboden.
Het antwoord van de zakenman zegt ons veel over hem. “Ik heb me vanaf mijn jeugd aan die allemaal gehouden.”
Echt waar? Natuurlijk weten wij nu, en Jezus wist dat toen ook, dat dit onmogelijk was. Paulus heeft ons verteld dat niemand ooit de hele Wet van God heeft gehouden. Zelfs al zou er één persoon zijn geweest, die het wel gelukt was om het eeuwige leven te verdienen door de Wet te houden, dan zou Christus tevergeefs gestorven zijn. Als deze man oprecht was geweest, zou hij dit hebben geweten. De Vader had de Wet alleen gegeven zodat wij aan het eind van ons latijn zouden komen en weten dat we iemand nodig hebben die ons moet kunnen redden. Als deze man echt had geprobeerd de Wet te houden, dan was deze man ook tot deze conclusie gekomen.
Houdt dat in dat hij loog? Dat hoeft niet. Hoewel hij de Wet niet had gehouden, was het meest cruciale in zijn woordenwisseling met Jezus, dat hij ervan overtuigd was dat dit wel het geval was! Vanaf dat hij nog een klein kind was had hij erg zijn best gedaan om de Wet te houden, in de hoop dat hij zo zijn plekje in het Koninkrijk van God zou kunnen verdienen.
Maar om te kunnen denken dat hij de Wet had gehouden, moest hij die volgens zijn eigen optiek ‘herschrijven’. Met andere woorden, hij moest achterdeurtjes bedenken voor die wetten die hij niet had gehouden, misschien door zich te richten op de voornaamste gedeelten van de Wet, zoals ‘iemand vermoorden’ en ‘overspel plegen’ maar hij zou een uitvlucht moeten verzinnen voor zijn eigen haat, lust en egoisme. Door de wanhoop die hij toonde, weten we dat hij zijn doel niet had bereikt. Het feit dat hij nog steeds op zoek was naar het eeuwige leven, maakt duidelijk, dat hij dat nog niet gevonden had, en ook dat hij er geen vertrouwen (meer) in had, dat zijn huidige wandel hem daar ooit zou brengen. Hij wilde nog iets ‘doen’.
Bij deze man draaide alles om wat hij zelf kon doen. Dat werd duidelijk uit de vraag die hij in het begin stelde. Het woordje ‘ik’ en ‘doen’ verraadden hem. “Wat moet ik doen..?” Hij was gefocust op zichzelf, zijn kunnen en zijn bronnen, om zo te proberen te verdienen wat Jezus hem wilde geven.
Hoe graag wilde Jezus, dat hij dat inzag! Marcus vermeldt specifiek dat Hij hem aankeek en hem lief kreeg. Wat zag hij? Zag Hij een kleine jongen die probeerde volmaakt te zijn, om zo de goedkeuring van zijn vader te krijgen? Zag Hij de jaren van vergeefse inspanning van deze man? Kon Hij de kromme motieven zien, die hij aanwendde om zichzelf te rechtvaardigen en een illusie van gerechtigheid op te houden? Zag Hij het knagende gevoel in de maag van de jongeman, dat voortkwam uit zijn obsessieve streven naar volmaaktheid, dat hem van binnenuit kapotmaakte?
Waarschijnlijk zag Hij dat allemaal, en nog meer, en Jezus wilde dat hij het ook zag. Zijn volgende antwoord lijkt oppervlakkig gezien een van Jezus meest eisende commentaren:”Er ontbreekt je een ding. Verkoop alles wat je hebt en geef het aan de armen, dan zal je een schat in de hemel hebben, en kom en volg Mij.” Toen hij die woorden hoorde, betrok het gezicht van de zakenman. Niet in staat om dat te doen liep hij weg, met pijn in zijn hart.
Hoe vaak heb ik deze gelijkenis niet onderwezen, en met onbewuste arrogantie afgegeven op de onmacht van de rijke man om te doen wat Jezus van hem vroeg. “Hij was te hebzuchtig om Jezus te volgen”, zei ik dan. “Hij houdt meer van zijn geld dan van God en nou moet hij de prijs daarvoor betalen.”
Maar laten we eerlijk zijn, ging het daarom? Wie zou er in Zijn koninkrijk komen als dat de voorwaarden waren? Toen ik voor het eerst naar voren ging in een campagne van Billy Graham, was het enige dat van me gevraagd werd, me te bekeren en te geloven in Hem. Als hij me gevraagd had om alles wat ik had te verkopen en aan de armen te geven, betwijfel ik of ik naar voren was gegaan. Ik betwijfel of er ook maar iemand dat gedaan zou hebben. In feite heb ik nog nooit iemand ontmoet die tot Christus kwam op die voorwaarden en ook vandaag zouden er niet velen zijn die dat zouden doen als Hij dat van hen vroeg!
Het veroordelen van deze man omdat hij niet deed wat Jezus van hem vroeg is niet alleen arrogant van ons, maar slaat de plank (wat Jezus betreft) ook helemaal mis. Hij gaf de man niet de gelegenheid om zijn redding te kopen. Hij wilde slechts dat hij zou ontdekken wat zijn pogingen om de Wet te houden hem hadden opgeleverd: er was niets in hem dat genoeg zou zijn om aan Gods standaard te voldoen.


De lat hoger leggen

Coaches trainen jonge hoogspringers niet door de lat op de hoogte van het wereldrecord te leggen en ze vervolgens uit te dagen om erover heen te springen. Ze leggen de lat op een hoogte die een positieve uitdaging voor hen is, om na verloop van tijd er overheen te kunnen springen. Ze leggen de lat steeds een klein beetje hoger om, met een betere techniek en meer oefening en een goede conditie, hen te helpen steeds hoger te springen.
Maar dat doet Jezus hier niet. In antwoord op de vraag van de rijke jongeling, legt Jezus de lat 10 meter hoger. Spring daar maar over heen! En de rijke zakenman deed precies wat iedere atleet zou doen: hij liep ontmoedigd weg, wetende dat dit een onmogelijke opdracht was.
De man begreep de les, maar miste toch het punt waar het eigenlijk om ging. Jezus probeerde niet gemeen tegen hem te zijn. Hij legde de lat zo hoog dat de man er niet over heen zou kunnen, juist omdat Jezus wilde dat hij op zou houden het te proberen. De gift die Hij de man aanbood, was hem te verlossen van de ongelofelijk zware last van het moeten verdienen van Gods liefde door zijn eigen inspanningen.
Hij hoopte dat de jongeman hem recht aan zou kijken en zeggen:”Dat kan ik niet!” waarop Jezus geantwoord zou hebben:”Mooi zo, stop dan met al die andere dwaze dingen die je uitprobeert om Gods gunst te verdienen. Houd op met al die inspanningen, houd op met te doen alsof, houd op met te proberen iets te verdienen dat je nooit zal kunnen verdienen!”
Jezus wilde dat hij niet langer zou leven onder de tirannie van die ‘gunst-meetlat’, maar tegelijkertijd wist Hij hoe moeilijk het voor mensen is die zich uit zoveel situaties kunnen redden, om hun weg naar Zijn koninkrijk te vinden. Zulke mensen hebben altijd het idee dat ze het kunnen verdienen of ervoor kunnen betalen. Ze zijn te zeer gefocust op hun eigen inspanningen en hulpbronnen, dan dat ze Gods gift simpelweg aannemen.
Het afhankelijk zijn van zijn eigen hulpbronnen beroofde hem van het leven waarnaar hij haakte. Wat hij ook zou doen, zijn inspanningen zouden nooit de lege plek in zijn hart, dat hunkert naar Gods aanvaarding, kunnen opvullen. Want pas wanneer we ons dat realiseren, ontdekken we wat het werkelijk betekent om als Gods kind aanvaard te zijn en vinden we de zekerheid en geborgenheid in Zijn liefde voor ons. Dat wil niet zeggen, dat wanneer we Hem liefhebben Hij ons niet een grotere vrijheid ten aanzien van onze bezittingen zal geven en ons de vreugde van vrijgevigheid zal laten smaken. Want dat zal Hij doen. Maar die komt dan niet meer voort uit onze pogingen om Zijn gunst te verdienen, maar als een dankbare reactie op de gunst die Hij ons al heeft bewezen.
Zelfs toen Petrus begon op te scheppen dat hij en de anderen, alles achter zich hadden gelaten om Hem te volgen, herinnerde Jezus hem er aan, dat geen van hen iets had achtergelaten of Hij zou er het veelvoud en iets beters voor teruggeven. Waar het om gaat is, dat zij hun zaken niet hadden achter gelaten om het eeuwige leven te verdienen, maar vanwege de relatie met Jezus die hun hart had gegrepen.
Jammer genoeg weten we niet hoe het met deze jongeman verder is gegaan. Ik hoop dat de woorden van Jezus verder hun werk hebben gedaan in zijn hart. Maar of ze dat nu wel of niet hebben gedaan, Jezus bood hem iets ongelofelijk moois aan: het geheim van Gods gunst.


“Heer, heb medelijden met mij!”

Toen Jezus een paar dagen later Jericho verliet voor het laatste stuk van Zijn tocht naar Jeruzalem door het kale heuvelland, vroeg een andere man Hem om hulp. Deze keer was het een blinde bedelaar die langs de kant van de weg zat. Hij hoorde rumoer om zich heen en wilde weten wat er aan de hand was. Iemand vertelde hem, dat Jezus van Nazareth langs kwam, op weg naar Jeruzalem, voor het feest.
Bartimeus had al genoeg over deze leraar uit Galilea gehoord om te weten dat Hij de macht had om hem te helpen. Hij begon te roepen:”Jezus, zoon van David, heb medelijden met mij!”
De mensen bij hem in de buurt vonden het genant dat hij zo riep en zeiden streng dat hij z’n gemak moest houden. Tenslotte was hij slechts een bedelaar, dus waarom zou Jezus iets om hem geven? Maar dat maakte alleen maar dat Bartimeus nog luider ging roepen en boven al het andere lawaai uit hoorde Jezus hem. Hij liet Bartimeus bij Zich brengen en die zei:”Ik wil weer kunnen zien.”
Let er eens op dat hij niet vroeg wat hij moest doen om weer te kunnen zien. Hij begon niet te marchanderen over wat voor pluspunt hij ook mocht hebben om het waard te zijn dat Jezus naar hem zou luisteren. Hij legde gewoon al zijn vertrouwen in de barmhartigheid van de man van God.
En dat was genoeg.
Jezus vroeg hem niet alles wat hij had te verkopen. Jezus genas hem en merkte op dat het enige wat nodig was, de simpele gerichtheid van Bartimeus. “Ga heen, je geloof heeft je behouden.” Hij ontving niet alleen genezing, maar ook redding.
Jezus hield van de bedelaar niet meer dan van de zakenman. Het was ook niet zo, dat hij aan de ene wel gaf en aan de andere niet. In Zijn goedgunstigheid gaf hij aan allebei. Het is alleen, dat de ene het zag en aannam en de andere niet en het verschil tussen deze twee is alles wat we moeten weten om het leven in God te vinden.
Jezus wilde dat de discipelen dit punt niet zouden missen. Zelfs al voor hij aan deze reis was begonnen, had Hij hen een gelijkenis verteld die het volkomen duidelijk had gemaakt. Hij vertelde over een Farizeeer en een tollenaar (belastingambtenaar), die de tempel binnen gingen. De Farizeeer was verrukt over zijn gerechtigheid: hij was zo veel meer toegewijd dan wie dan ook. Hij stak zichzelf zelfs in de hoogte ten koste van de belastingambtenaar die in z’n buurt stond te bidden:”God, ik dank U, dat ik niet zo ben als de andere mensen...en zeker niet zoals die belastingambtenaar die daar staat.”
Dat krijg je als je leeft door wat je eigen werken voortbrengen. Aangezien we nooit goed genoeg zullen zijn van onszelf, zullen we trachten onszelf te rechtvaardigen door beter te zijn (lees: ‘lijken’) dan de meeste andere gelovigen om ons heen. Om die facade te creeren, moeten we gericht zijn op hun zwakheden en ze veroordelen. Iedere keer als we onszelf boven anderen verheffen, laten we zien hoe weinig we begrijpen van Gods genade.
De belastingambtenaar daarentegen durfde niet eens naar de hemel te kijken. Hij sloeg zich op de borst en bad:”God, wees mij zondaar genadig!” Toen vroeg Jezus wie van hen gerechtvaardigd naar huis ging. Het antwoord lag voor de hand. Net zoals in het geval van de ontmoeting die Jezus had met de zakenman en de bedelaar.
Als je in de verleiding komt om in te zetten op je relatie met God met je eigen goedheid of met jouw offers... probeer het niet eens. Zie dat de lat zo hoog ligt, dat je het nooit voor elkaar zult krijgen. Nader tot God op je eigen kunnen en je zult altijd teleurgesteld worden en ontgoocheld raken. Maar dat is geen slecht nieuws!
Het houdt in dat God alles in Zichzelf vervuld heeft, wat Hij ooit van ons zou vragen. Het staken van onze eigen pogingen om te laten zien hoe ‘waardig’ we wel zijn, staat centraal in de kracht van het evangelie. Zie dat in en er gaat een deur voor je open, en juist die zal je naar het hart van een liefhebbende Vader leiden. En zo zal je ervaren hoe blij Hij met je is en hoe Hij je zal herscheppen tot de volheid van Zijn heerlijkheid.
Hij houdt werkelijk op een volmaakte manier van je. Als je dit ontdekt, zal het een omwenteling teweegbrengen in je relatie met Hem en je leven in deze wereld.


“Ga weg. Houd voortaan rekening met wat de profeet Hosea heeft gezegd:”God wil uw offers en geschenken niet!” …Ik ben naar de aarde gekomen om slechte mensen bij God te brengen en niet om Mij bezig te houden met mensen die het zo goed met zichzelf getroffen hebben.”

- Mattheus 9:13



Vragen voor je persoonlijke reis:

• Ga er eens even rustig voor zitten en denk eens na over je eigen relatie met Hem.
• Lijken je verzoeken aan God meer op die van de zakenman of op die van de bedelaar?
• Begin je iedere dag met een gerichtheid op wat je zelf gaat doen of ben je bereid het aan God over te laten?
• We hebben allemaal geleerd, dat we iets kunnen verdienen als we ijverig ons best ervoor doen en het is niet eenvoudig om dit af te leren. Vraag God je helpen, zodat je kan inzien wat Zijn genade inhoudt en hoe je kunt stoppen met over een lat te springen waar je nooit over heen zult komen.


Voor bespreking in de kleine groep:

• Lijk je meer op de zakenman of op de bedelaar in dit hoofdstuk? Leg eens uit.
• Beschrijf de horden eens die je hebt geprobeerd te nemen om Gods gunst ‘waardig’ te zijn.
• Hoe komt het denk je, dat we te maken hebben (gehad) met zoveel horden die genomen moesten worden als bewijs, dat het ons menens was in ons leven met God?
• Hoe zou het zijn, als je iedere dag op Gods genade voor jou zou kunnen vertrouwen?
• Bidt voor elkaar dat je het verschil zult leren inzien tussen genade en prestatie.


Ga naar hoofdstuk 9
 
 

Lifestream
Homesite van de schrijver
Wayne Jacobson (Engels)


Contact
Contact mogelijk met de vertaler Coen Groos of met de webmaster Mirjam Slootweg alias Cybermier


 
  De schrijver, Wayne Jacobson, heeft vaak gezegd dat ‘HE LOVES ME’ het belangrijkste boek is dat hij ooit heeft geschreven. Het is zijn verlangen dat dit boek voor iedereen beschikbaar is. Leren leven vanuit de dagelijkse ervaring van Vaders liefde en niet vanuit een prestatie-gerichtheid die voortkomt uit een religieus plichtsbesef. Dit zal je leiden naar een intiemere vriendschapsrelatie met Hem. Het zal je diepste innerlijk raken en je volkomen veranderen. Het zal je vrijzetten om Hem in de wereld bekend te maken door met anderen deze reis te delen en je zult ervaren hoe fantastisch het leven van een christen kan zijn.

Deze vertaling van ‘HE LOVES ME’ (van Wayne Jacobson) wordt je gratis aangeboden. Hoewel er copyright op rust, mag je het via de elektronische weg of in geprinte vorm doorgeven aan anderen, als je er maar geen geld voor vraagt en niets aan de inhoud verandert.