|
|  | | |
Hoofdstuk 7
Wat zal ik God geven?
“Hoe kunnen wij tegenover de Here weer goedmaken wat we hebben misdaan?”Moeten wij ons met de Here verzoenen door het offeren van eenjarige kalveren?”
-Micha, een profeet (6: 6,7)
Soms lukt het gewoonweg niet om iets zomaar weg te geven. Op een garageverkoop, die mijn vrouw en ik georganiseerd hadden vlak voor onze verhuizing, zag ik een man schuin naar een rol elektriciteitsdraad kijken. We rolden hem af en ik wilde hem zeker niet zo maar weggooien. Toen hij hem neerlegde en weg wilde lopen, zei ik tegen hem dat hij hem voor niets mocht meenemen, als hij dat wilde. Hij wilde hem wel, maar niet voor niets. Hij liep naar me toe en gaf me een dollar. Ik weigerde. Maar hij hield aan. We sloten een compromis en ik gaf hem 50 cent wisselgeld terug.
Vaak gaan we ook op die manier met God om. Als we merken dat we Zijn liefde niet kunnen verdienen, proberen we via een achterdeurtje toch iets terug te doen. Vooral als we graag willen, dat Hij iets voor ons doet, vragen we ons vaak af wat we Hem kunnen geven, of wat we op kunnen geven voor Hem, waaruit dan onze oprechtheid zou blijken.
Maar wat kunnen wij geven om zijn genegenheid te verdienen? Is tienden geven genoeg? Stel dat Hij alles wat ik heb vraagt? Zou dat genoeg zijn? Tenslotte is het leven meer dan alleen maar bezittingen! Misschien wil Hij ook al mijn tijd hebben, of ontzegt Hij me elke vorm van plezier en ontspanning. Of nog erger: stel dat Hij me naar een ver land wil sturen, waar ik de rest van mijn leven moet doorbrengen met het verspreiden van het evangelie? Hoe vaak werd dat niet beloofd door iemand die op het randje van de dood lag en daarmee hoopte God te kunnen overhalen om hen te sparen?
“Zal ik voor Hem komen met brandoffers, met eenjarige kalveren?” Misschien dat het voldoet aan de eisen van de Wet, maar is dat genoeg om Micha’s ziel te reinigen? Niet echt. “Zal de Heer behagen scheppen in duizend rammen, in duizend stromen olie?”
Hij verhoogt hier serieus de inzet, maar nog steeds denkt hij, dat het niet genoeg is. Dit blijkt uit zijn volgende offer. “Zal ik mijn oudste zoon offeren voor mijn overtreding?”
Als je met God gaat onderhandelen, zal dat altijd leiden tot het ondenkbare, zoals dat met Micha gebeurde. Hij vroeg zich af of het offeren van zijn eerstgeboren zoon genoeg zou zijn voor de verzoening van al zijn falen en hem in aanmerking zou kunnen doen komen voor Gods gunst, genade en goedheid. Hij drukt dit poetisch uit door te zeggen:”Zal ik de ‘vrucht van mijn lichaam geven voor de zonde van mijn ziel’?”
Het is verbazingwekkend hoeveel culturen in de loop van de wereldgeschiedenis tot die conclusie zijn gekomen. Toen Abraham in Kanaan kwam, was het brengen van mensenoffers aan Baal, Moloch en vele andere Kanaanitische afgoden aan de orde van de dag.
Ook elders in de wereld kwam het offeren van kinderen, om de gunst van de afgoden te zoeken, veelvuldig voor in stamrituelen. Eerstgeboren zonen werden op het altaar vastgebonden en maagdelijke dochters werden geofferd aan vuurspuwende vulkanen.
Als we proberen ons geweten van schuld te reinigen door een gave te offeren, zullen we altijd op het punt komen, waarop we het meest kostbare dat we hebben, zullen willen offeren.
Maar zelfs dat zal niet genoeg zijn. Als we proberen God voor Zijn genade te compenseren, zal dat net zo nutteloos zijn, als dat we proberen haar te verdienen en we zullen ons dan altijd blijven afvragen “Houdt Hij van me of houdt Hij niet van me”.
“Waarom heet U me niet een halt toegeroepen?”
De dagen dat we zelfs maar overwogen om een kind te offeren zijn allang voorbij, maar dat wil niet zeggen, dat we niet naar een andere manier zoeken om met God te onderhandelen. Geld, tijd en energie kunnen aangewend worden in onze pogingen om bij God in het gevlij te komen zodat Hij ons zal aanvaarden of ten gunste van ons zal werken. En dit kan ons – en degenen om ons heen - in het uiterste geval vernietigen, net zo zeker als het aanbidden van welke afgod dan ook.
Niemand kan een duidelijker beeld geven van wat het inhoudt om een toegewijd lid van de gemeente te zijn dan Janice (niet haar echte naam). Als we in onze gemeente iemand nodig hadden om bijvoorbeeld een maaltijd klaar te maken, of iemand om in de kinderdienst te helpen, of iemand die tijd had om naar een vrouw toe te gaan die het moeilijk had, dan was zij altijd de eerste die zich aanbood. Ze zei nooit ‘nee’.
Haar bereidwilligheid was zo overduidelijk, dat we zelfs mededelingen deden die haar uitsloten. “Is er iemand - behalve Janice - die bereid is om vandaag mee te helpen bij de peuters. Degene die dat zou doen belde net op dat ze ziek is.” We lachten allemaal en wachtten vervolgens op iemand die zich aanbood.
Als reactie op haar gedienstigheid overlaadden we haar met loftuitingen. We zeiden tegen haar dat ze een gift voor het Lichaam was en dat ze heel bijzonder voor God was. Waar ze bij was, vertelden we anderen wat voor een voorbeeld Janice was voor ieder lid om zijn of haar aandeel in de bediening te doen. Als we een stuk of honderd van zulke ‘Janices’ in onze gemeente zouden hebben, zou de stad een transformatie ondergaan, dachten we.
Natuurlijk waren er symptomen die er op wezen dat zij teveel van zichzelf vroeg. We wisten dat er strijd was in haar gezin en dat ze haar verantwoordelijkheid thuis veronachtzaamde doordat ze iemand anders aan het helpen was. Maar eigenlijk konden we haar wel gebruiken, omdat anderen niet half zo bereidvaardig waren.
En op een dag stortte ze in, als een zandkasteel in de branding. Velen dachten dat het de vijand was, die haar probeerde te vernietigen, maar het was God die bezig was haar vrij te maken. Want het dienen dat Janice deed, vloeide niet voort uit haar vrijheid als een geliefd kind van God. Hoewel ze een van God gekregen passie voor kinderen had, en een hart om te dienen, werd ergens in het proces dit ook haar manier om geaccepteerd te worden door anderen, en wat belangrijker was: door God!
Een tijdje later ben ik uit die gemeente weggegaan en toen ik een paar maanden daarna in contact kwam met haar familie, hoorde ik, dat zij dat uiteindelijk had gedaan. Ze vertelde me haar verhaal. Een belangrijke nood in haar gezin had haar ertoe gebracht om tenslotte te stoppen met overal en iedereen maar gewillig ten dienste te staan. Haar huwelijk leed schipbreuk en ze begon zichzelf de vragen te stellen die werkelijk belangrijk waren ten aanzien van haar leven in God. Maar mensen die zo door haar bediening gezegend waren geweest, distancieerden zich van haar en van haar strijd.
God bracht echter andere mensen in haar leven om haar te helpen. Hij deed haar terug denken aan tijden toen het allemaal eenvoudiger was, toen ze genoot van haar vertrouwen in God en van het feit dat God van haar hield en haar had aanvaard als Zijn dochter. Op de een of andere manier had al haar dienen die simpele waarheid van haar geroofd. Ze werd een klein meisje, wiens vader het te druk had voor haar. En dat meisje werd gedreven om een ‘cadeau’ voor hem te zoeken om zo zijn aandacht te trekken.
Hoeveel ‘cadeautjes’ ze ook kocht, het scheen nooit genoeg te zijn. Maar dat had een heel andere oorzaak dan zij al die tijd gedacht had. Omdat ze bang was, dat ze de liefde van Vader nooit meer zou ervaren zoals vroeger, liet ze toe dat die lege plek in haar hart gevuld werd met haar drukke bezig zijn in de gemeente en de aandacht van anderen die ze daardoor kreeg. We dachten dat we haar aanmoedigden door haar triouw en toewijding te prijzen, maar in werkelijkheid voedden we haar onzekerheid, waardoor ze steeds verder wegdreef van de relatie met God waarnaar ze eigenlijk zo verlangde. Die onzekerheid, met de nood die ze thuis had, brachten haar aan het eind van haar persoonlijke en emotionele latijn.
Maar de liefhebbende Vader had haar nooit uit het oog verloren. Hij liet toe dat ze aan het eind van haar latijn kwam, opdat ze er achter zou komen hoe geliefd zij wel niet was. De gebeurtenissen waren pijnlijk geweest, maar ze hadden haar helemaal veranderd.
Ze keek me met tranen in haar ogen aan en met een stem die niet meer boos was, maar alleen maar smeekte om wat begrip, zei ze:” U was mijn voorganger, waarom stopte u me niet?”
Haar woorden sneden door me heen, nu de aandacht plotseling verschoof van haar genezing naar mijn medeplichtigheid aan haar gebondenheid. Ze had haar auto van de weg af kunnen rijden, maar ik had haar geholpen bij het ‘benzine’ te tanken. Wat kon ik haar antwoorden? Ik bood haar mijn excuses aan, zonder mezelf schoon te praten. Ik was tekort geschoten. Klaar, duidelijk.
Maar het was niet dat ik haar geen halt had toegeroepen omdat ik niets om haar gaf, maar omdat ik in hetzelfde schuitje had gezeten als zij, en toen wist ik niet wat daar fout aan was.
Na dit alles (gezegd te hebben)…
Hoewel ik nooit diende op de manier zoals Janice dit gedaan had en ook niet dezelfde druk thuis heb ervaren, was ik aan het einde van de rit niet half zo gebroken als zij. Maar net zoals zij, wilde ik mijn gaven inwisselen voor de genegenheid van mijn Vader en net als zij ben ik er achter gekomen dat die nooit voldoende waren.
Mijn ervaringen met God begonnen al op jonge leeftijd. Mijn honger naar Hem werd geprikkeld toen ik hoorde hoe God betrokken was in het leven van gewone mannen en vrouwen. Ook wist ik, toen ik nog jong was, dat ik alles behalve zonder zonde was en zocht ik vertroosting in de God van genade en vergeving. Ook dacht ik, dat ik iets moest laten zien, om te bewijzen dat het me ernst was om Hem te volgen. Als ik nu terug kijk, weet ik, dat ik Zijn goedkeuring zocht door middel van mijn geestelijke passie en bereidheid om Hem te gehoorzamen zo goed als ik kon.
In die dagen heb ik ongelofelijke momenten van gemeenschap met God meegemaakt. Ik zag hoe Hij in mijn leven ingreep op een manier die alleen maar van Hem kon komen. Ik heb Zijn stem in het diepste van mijn wezen gehoord en Hij leidde me in het nemen van belangrijke beslissingen. Ten onrechte dacht ik, dat Hij me beloonde voor de offers die ik Hem gebracht had en ik ging door met alles aan Zijn voeten neer te leggen, waarvan ik dacht dat Hij dat wel fijn zou vinden.
Maar van binnen was ik er nooit zeker van dat Hij van me hield en me aanvaardde: mijn gaven en offers misschien wel, maar niet mezelf. Hoe meer ik gaf, hoe meer Hij scheen te vragen, en het beste wat ik dan kon doen, was proberen quitte met Hem spelen.
Ik wist niet dat God gewoon blij met me is als Zijn kind.
- Niet na 35 jaar van trouwe dienst op allerlei geestelijke gebieden, in allerlei graden van betrokkenheid
- Niet na 20 jaar van fulltime voorgangerschap van een plaatselijke gemeente
- Ook niet na – op eigen kosten en op eigen risico – gereisd te hebben om Gods volk in derdewereldlanden te helpen
Op wat voor moment dan ook, ik was er nooit zeker van dat God echt veel van me houdt. Als je het toen aan me had gevraagd, had ik wel gezegd dat Hij van me hield, en voor het grootste gedeelte geloofde ik dat dit waar was. Tenslotte maakt de Schrift dit punt heel duidelijk en ik had er totaal geen moeite mee om er op die manier over te praten. Maar dat was nog geen antwoord vanuit mijn diepste binnenste. Wat waren Zijn gevoelens voor mij? Gisteren? Maar ook vandaag, en morgen?
Hij schept behagen in jou
De woorden van de profeet uit het Oude Testament lijken slechts een verre droom:”Hij zal behagen scheppen in je, Hij zal je tot rust brengen met Zijn liefde, Hij zal Zich verheugen over je met gezang.” Alleen op momenten (die zo voorbij waren en niet zo vaak voorkwamen) kon ik me voorstellen dat God zulke gevoelens voor mij had. Hoe zou Hij ook anders kunnen!? Terwijl ik nota bene (nog steeds) met verleidingen zat te worstelen!?
Ik denk niet, dat het lang zal duren dat wie van ons dan ook zulke vragen eerlijk zal stellen, om genoeg tekortkomingen en verspilde tijd te zien, die God voldoende rechtmatigheid zouden geven om ons aan de kant te schuiven en onze verzoeken aan Hem te negeren.
Jezus waarschuwde ons, dat er mensen zouden zijn die zouden profeteren, demonen zouden uitdrijven en vele wonderen in Zijn Naam zouden doen, maar die door Hem afgewezen zouden worden in het Oordeel. ”Ik heb jullie nooit gekend. Ga weg van Mij.” Als dat niet een heel duidelijk voorbeeld is van de ladder beklimmen die tegen de verkeerde muur aangezet is, dan weet ik het niet meer. Ik wilde niet tot die groep behoren.
Deze ogenblikken van onzekerheid dreven mij altijd vol berouw op de knieen, en zorgden ervoor dat ik mijn inspanningen om meer toegewijd te zijn aan God, verdubbelde. Hoewel ik de zwaardere last een paar weken of maanden kon verdragen, had ik nooit enige zekerheid dat de dingen die ik deed, genoeg waren om er voor te zorgen dat Hij behagen in mij schepte. Tenslotte gleed ik terug tot het punt waar ik begonnen was.
Ik zal het moment nooit vergeten toen dat allemaal veranderde. Een paar jaar geleden, door een pijnlijk verraad en een nieuw inzicht in Gods werk voor ons aan het kruis, begon ik in te zien hoeveel mijn Vader van mij houdt en te begrijpen hoeveel behagen Hij schept in Zijn kinderen. Het heeft mijn leven radicaal veranderd en ik hoop, dat wat je op de volgende bladzijden zult lezen, je zal helpen, zodat jouw leven ook radicaal zal veranderen.
We hoeven God niet te dienen om Zijn liefde of genegenheid te verkrijgen. Hij wil dat we Hem dienen vanuit een liefde en genegenheid, die Hij Zelf al voor ons in Zijn hart heeft. Als je die werkelijkheid nog nooit hebt geproefd, kan je je niet voorstellen welke vrijheid er voor jou klaar ligt.
Mijn Vader heeft me op de plek gebracht, waar ik ben gaan beseffen, dat al zou ik nooit meer preken, nooit meer iemand anders counselen of nooit meer iemand tot Christus leiden, Hij toch behagen in mij zou scheppen als Zijn kind.
Dat wil niet zeggen, dat Hij alles wat ik doe goedkeur. Maar het heeft mij bevrijd, zodat ik weet dat Hij van mij houdt, absoluut en volkomen. Ik had God 34 jaar lang altijd gediend met een ondertoon van ‘proberen Zijn gunst te verdienen’. Het is nog maar vier jaar geleden, dat ik heb geleerd in die gunst te leven en ik ga nooit meer terug.
En toen werd het me duidelijk. Het is niet de angst Gods gunst kwijt te raken die ons naar de diepten van gemeenschap met Hem zal leiden, en ons leven zal veranderen met Zijn heiligheid. Het is de zekerheid die gunst te kennen, zelfs in onze zwakheden en tekortkomingen. En die zal ons leiden tot de volheid van Zijn leven.
Angstig zijn heeft mij nooit naar de diepten van Zijn leven of Zijn verandering brengende kracht gebracht. Maar het ontdekken van Zijn welbehagen (in mij) wel. Nu weet ik, dat de sleutel voor Gods gunst niet ligt in wat ik Hem zou kunnen geven (of voor Hem zou kunnen doen), maar in wat Hij mij al gegeven heeft (en al voor mij heeft gedaan).
Ook in jou schept Hij welbehagen. Ook met jou is Hij blij. Geloof je dat? Hij zingt en danst van blijdschap. Zie je Hem zo ten aanzien van jou? Verheven en dansend van vreugde?
Nee? Denk je (nog steeds) dat jouw tekortkomingen en twijfels Zijn liefde voor jou minder doen worden? Ben je (nog steeds) bang, dat je Hem niet genoeg kunt geven, om ervoor te zorgen, dat Hij je opmerkt?
Kom dan eens met mij mee, en ik zal je iets laten zien. Hij schept geen welbehagen in je door wat jij doet of door wat jij geeft. Hij schept een welbehagen in jou, gewoon omdat je van Hem bent.
“De Here, jouw God, is bij je... Hij zal opgetogen van blijdschap over je zijn. Hij zal je liefhebben en niet beschuldigen. Hij zal over je juichen met een lied van vreugde.”
- Zefanja 3: 17
Vragen voor je persoonlijke reis:
• Kijk eens even eerlijk naar de geestelijke zaken in je leven, waar jij je op dit moment mee bezig houdt. Komen die voort uit het feit dat je zeker bent van Gods grote liefde voor jou of zijn ze een poging om Zijn genegenheid te winnen?
• Is jouw leven een proberen God terug te betalen voor Zijn redding, of iets anders dat Hij voor je gedaan heeft?
• Vraag God om je denken op orde te brengen en je te helpen inzien dat Zijn liefde ver uitstijgt boven welke gift dan ook die je Hem zou kunnen brengen.
Voor bespreking in de kleine groep:
• Wat voor gaven en offers brengt men tegenwoordig om Gods genegenheid op te wekken?
• Heb jij ooit zo iets meegemaakt als wat Janice overkomen is: nog harder werken, maar je geestelijk steeds leger voelend? Wat kan je hieruit leren?
• Is er ooit een moment in je leven geweest, dat je voelde dat God blij met je was? Kwam dat doordat je iets ‘groots’ voor Hem had gedaan, of wist je gewoon, dat Hij van je hield zoals je was?
• Bidt samen, dat God je zal leren hoe je kan weten dat je alleen door Zijn liefde aanvaard bent en niet door iets dat jij voor Hem kan doen of Hem zou kunnen geven.
Ga naar hoofdstuk 8
| |
| | |

Lifestream Homesite van de schrijver Wayne Jacobson (Engels)
Contact Contact mogelijk met de vertaler Coen Groos of met de webmaster Mirjam Slootweg alias Cybermier
| |  | | |
De schrijver, Wayne Jacobson, heeft vaak gezegd dat ‘HE LOVES ME’ het belangrijkste boek is dat hij ooit heeft geschreven. Het is zijn verlangen dat dit boek voor iedereen beschikbaar is. Leren leven vanuit de dagelijkse ervaring van Vaders liefde en niet vanuit een prestatie-gerichtheid die voortkomt uit een religieus plichtsbesef. Dit zal je leiden naar een intiemere vriendschapsrelatie met Hem. Het zal je diepste innerlijk raken en je volkomen veranderen. Het zal je vrijzetten om Hem in de wereld bekend te maken door met anderen deze reis te delen en je zult ervaren hoe fantastisch het leven van een christen kan zijn.
Deze vertaling van ‘HE LOVES ME’ (van Wayne Jacobson) wordt je gratis aangeboden. Hoewel er copyright op rust, mag je het via de elektronische weg of in geprinte vorm doorgeven aan anderen, als je er maar geen geld voor vraagt en niets aan de inhoud verandert.
| | |
|