Inhoudsopgave
Voorwoord
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
Hoofdstuk 6
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 8
Hoofdstuk 9
Hoofdstuk 10
Hoofdstuk 11
Hoofdstuk 12
Hoofdstuk 13
Hoofdstuk 14
Hoofdstuk 15
Hoofdstuk 16
Hoofdstuk 17
Hoofdstuk 18
Hoofdstuk 19
Hoofdstuk 20
Hoofdstuk 21
Hoofdstuk 22
 
Hoofdstuk 4

Een vader als geen ander



Als we alle goedheid, wijsheid en mededogen van de beste moeders en vaders die ooit hebben geleefd bij elkaar nemen, zouden ze slechts een zwakke afschaduwing zijn van de liefde en genade in het hart van de verlossende God.

- Brennan Manning in ‘De Handtekening van Jezus’


“Die oude man is een dwaas! En mijn broer ook. Opgeruimd staat netjes!” Als dat niet zijn woorden zijn geweest, dan geven ze in ieder geval wel zijn houding weer. Wat moet hij zich verkneukeld hebben van plezier, toen zijn vader hem zowaar zijn deel van de erfenis (waar hij om had gevraagd) gaf. Eindelijk was hij verlost van zijn vader en ook van het zware werk op de familieboerderij. Met meer geld op zak dan hij ooit in z’n leven zou kunnen uitgeven, vertrok hij de wijde wereld in, de verlokkende mogelijkheden tegemoet.

Het ging niet allemaal zoals hij gedacht had. Wat slokten zijn uitspattingen zijn geld snel op. En toen er hongersnood in zijn ‘nieuwe’ land kwam, moest hij zien rond te komen van z’n laatste centen om in leven te blijven. Maar ook dat raakte op en uiteindelijk moest hij zichzelf als slaaf aan een baas verkopen, die zijn vee nog beter te eten gaf dan zijn knechten. Op een dag zat hij het drabberige afval voor de varkens op te slobberen en pas toen dacht hij weer aan thuis. Deze keer niet met afschuw: hij verlangde naar huis. Daar had hij het beter gehad. Hij vroeg zich af of het mogelijk zou zijn om terug te gaan.

De traditie heeft dit verhaal “De verloren zoon’ genoemd (in het Engels: ‘The Prodigal Son’ = ‘De verkwistende zoon’), en het is een van de meest aangrijpende vertellingen van Jezus. Het is zo vaak verteld omdat je je zo gemakkelijk kan identificeren met deze zoon en de genade die hij ontving, in weerwil van zijn arrogantie en dwaasheid. Door het ‘De Verkwistende Zoon’ te noemen, missen we het punt waar het om gaat in deze gelijkenis. Hij was slechts een van de twee broers. En voor allebei gold dat zij hun vader niet echt kenden. Hoewel dat voor beiden verschillend lag.

De centrale figuur is de vader zelf en daarom zou ik het verhaal liever willen noemen “De gelijkenis van de ongelofelijke Vader”. Want Jezus gebruikte dit verhaal om een beeld van Zijn Vader te schilderen, en geloof me, dit is het beeld van een vader zoals je nog nooit hebt gekend.


Wat voor Vader is dit?

Iedereen die dit verhaal voor de eerste keer hoort, zou geschokt zijn door wat de Vader deed. Zijn verwaande zoon onteert hem door zijn erfenis op te vragen terwijl hij nog leeft. En niets wijst erop dat hij binnenkort zou sterven. Wat voor een zoon ben je als je de erfenis van je vader opeist, terwijl hij nog leeft? Hoe durft hij het zelfs maar te vragen!

Zo grof als het verzoek van de zoon ook mag zijn, we kunnen het tenmiste wel begrijpen. We kennen allemaal wel dat verlangen om het geld van vader te krijgen, zelfs al zijn de meeste van ons te netjes om er om te gaan vragen terwijl pappa nog leeft! Maar het gaat om het gedrag van deze vader dat alle begrip tart. Wat doet de vader als reactie op dit schandelijke verzoek? Hij geeft het aan hem. Dit is nog schokkender dan dat de zoon er om vroeg. Hij verdeelt de erfenis tussen zijn twee zonen en laat hem gaan. Hoeveel vaders zouden dat gedaan hebben? Helemaal als ze geweten hadden dat de jongste zoon niet bepaald iets goeds van plan was?

Wat voor vader is dit?

De zoon verkwist zijn erfenis, voor zijn eigen plezier, in plaats van dat hij het investeert in zijn toekomst. Maar de vader laat hem zijn gang gaan. Uiteindelijk raakt de zoon alles kwijt en is straatarm. Maar de vader doet geen pogingen hem te redden. Waar is de vader? Thuis, op de boerderij, en hij wacht op hem. Hij gaat zijn zoon niet achterna om hem te vertellen dat hij dwaas is geweest en hij haastte zich ook niet om hem een warme maaltijd te brengen toen de hongersnood kwam. Hij wacht.

Wat voor vader is dit?

Laat het hem onverschillig dat zijn zoon er slecht aan toe is? Iedere ouder die gezien heeft dat zijn of haar zoon of dochter verkeerde keuzes maakte, weet dat wachten veel moeilijker is dan hem of haar te dwingen de juiste keuzes te maken of hem of haar voortdurend achterna te rennen. Maar hij wacht, op iets verbazingwekkends dat zal gaan gebeuren: de zoon zal tot zichzelf komen.

We komen er echter al snel achter hoe verwachtingsvol dat wachten was. Jaren later, toen de zoon terugkeerde, zag de vader hem al, toen hij nog een heel eind weg was. Dat kon alleen gebeuren omdat de vader voortdurend op de uitkijk stond. Waarschijnlijk liep hij die weg nooit voorbij zonder die af te kijken, steeds maar weer hopend dat dit de dag zou zijn waarop zijn jongen thuis zou komen. Ik zie hem voor me: met één oog op zijn werk en het andere gericht op de weg, uitkijkend naar de bekende loop van zijn geliefde zoon. En op een dag ziet hij hem, hoewel hij vermagerd is door de honger en met een gebogen rug loopt, vanwege zijn schaamte. “Dat is hem! Daar heb je mijn jongen!”

Wat gaat hij nu doen? Gaat hij op de veranda staan, met z’n armen over elkaar, wachten totdat zijn zoon vol schaamte de hele oprijlaan afgelopen is tot aan het huis, waar hij zich zal moeten vernederen in het stof voor een hap eten? Dat zou ik mischien gedaan hebben. Ik zou misschien ook mijn “je hebt je lesje wel geleerd”-preek op hem losgelaten hebben. Maar niet deze vader.

Zonder zich te bedenken springt de vader van de veranda af en rent de oprijlaan af. Dat is des te verwonderlijker als je nagaat wat voor soort kleding de vader waarschijnlijk heeft aangehad. Hij had geen broek of trainingspak aan, maar een lange, hinderlijke mantel. In die dagen was het niet fatsoenlijk voor een oudere man om te rennen, omdat dan zijn benen te zien zouden zijn. Maar opnieuw laat deze vader zien hoeveel hij van zijn zoon houdt door zijn eigen waardigheid op te geven voor hem. Hij trok zijn mantel op en rende de weg af, zo snel als hij kon.

Wat voor vader is dit?

Kan jij je voorstellen wat zijn zoon gedacht moet hebben toen hij tenslotte opkeek en zijn vader daar aan zag komen rennen? Kon hij zien of hij blij of boos was? Hij moet wel het laatste gedacht hebben, want hij haast zich zijn uit het hoofd geleerde zegje te doen, zelfs voordat zijn vader bij hem is: ”Ik ben niet langer waard uw zoon genoemd te worden. Laat mij maar één van uw knechten zijn.”

Maar zijn vader neemt niet eens nota van zijn woorden, wanneer hij tenslotte bij zijn zoon is aangekomen en hem overlaadt met omhelzingen en vreugdekussen. Er is geen zweem van boosheid bij zijn vader en hij komt ook geen enkel moment terug op diens suggestie om hem maar als knecht terug te nemen. Hij was veel te blij: de zoon die hij altijd gewild had, had de weg naar huis gevonden.

Enkele ogenblikken later komen de knechten van de vader eraan. Ze moeten hem hebben zien rennen, de oprijlaan af. En ze renden achter hem aan, benieuwd wat de vader zou doen met zijn zelfzuchtige zoon. Wat een schok moet dat voor hen zijn geweest toen hij het over een feest had! De vader richt zich dan tot hen en zegt: ”Haal een mantel, een ring en een paar nieuwe sandalen. Maak het vuur aan en maak alles klaar voor het feest.”

Een feest? Voor die zoon die z’n erfenis erdoor gedraaid heeft, alleen maar voor zijn eigen plezier? Die zoon verdient straf, geen feest!

Wat voor vader is dit?


Wat de Vader het liefste wilde

Is het niet verbazingwekkend dat deze vader op elk punt in het verhaal volkomen tegengesteld reageert aan wat wij van een liefhebbende vader zouden verwachten?

Hij had die erfenis nooit moeten geven, vooral niet aan zo’n onverantwoordelijke zoon. Hij had niet werkeloos moeten toezien toen zijn zoon alles verkwistte. En hij had hem zeker niet zo overdadig moeten verwelkomen bij zijn thuiskomst zonder hem te laten boeten voor zijn domheid. Wat hij deed raakte kant noch wal, tenzij hij van zijn zoon meer verlangde dan alleen maar verantwoordelijk gedrag...

Hoewel het erop lijkt dat dit verhaal gaat over wat de zoon wilde, laat een nauwkeuriger kijk juist het tegenovergestelde zien. Het gaat hier om wat de vader wilde. En hij wilde dat zo ontzettend graag, dat hij niets naliet om dat te krijgen. Wat denk je dat dat was? Was het dat hij bij zijn zonen wilde zijn of dat hij hen wilde laten werken op zijn akkers? Neen, het verhaal begon daar, thuis, en hij had de jongere zoon makkelijk thuis kunnen houden door zijn verzoek af te wijzen en hem niet toe te staan zo’n puinhoop van z’n leven te maken. Maar daar ging het niet om bij de vader. Hij wilde meer.

Wat hij niet had, was een liefdevolle relatie met allebei zijn zonen. De jongste zag hem slechts als een kanaal voor zijn eigen pleziertjes. De oudere zoon zag hem als een opzichter die je moest gehoorzamen op het bouwland. Ze waren allebei thuis, maar geen van hen was ‘thuis’ in zijn liefde. Is het mogelijk, dat de vader daarom de jongere zoon liet gaan? Liever dan hem te dwingen thuis te blijven en zijn vijandigheid te laten toenemen, liet hij hem gaan om hem zo de gelegenheid te geven om aan het eind van zijn verwaandheid te komen en er achter te komen wie zijn vader werkelijk was?

Want het was op dat moment, toen hij verlangend keek naar het voer dat aan de varkens gegeven werd, dat hij zich realiseerde dat zijn vader een veel aardigere man was dan de boer voor wie hij nu werkte. Toen kwam hij tot zichzelf en besloot naar huis terug te keren. Maar nog steeds had hij er geen idee van wat voor soort vader hij zou ontmoeten. Bang als hij was voor zijn boosheid en vol schaaamte over de puinhoop die hij van zijn leven had gemaakt, bereidde hij zijn zegje voor, om te erkennen dat hij niet meer waard was om een zoon genoemd te worden. Zelfs toen had hij er geen idee van hoe geliefd hij was, en dat niets wat hij in de afgelopen jaren had gedaan deze liefde in gevaar kon brengen.

Deze vader wilde een intieme vriendschap hebben met allebei zijn kinderen. Hij wilde dat zij allebei wisten hoe zielsveel hij van hen hield en hij wilde als reactie daarop hun liefde ervaren. Hij wilde niet de gehoorzaamheid van zijn zonen, maar hun harten. Wetende dat dit pas zou plaatsvinden als de zoon ècht inzag wie zijn vader werkelijk was, riskeerde hij alles door de zoon toe te staan wat hij verlangde. Alleen door tenslotte aan het eind van zijn latijn te komen, zou hij inzien wat voor de vader al die tijd zo belangrijk was geweest.

Als ouder van volwassen kinderen kan ik dat makkelijk begrijpen. Ik waardeer de momenten wanneer ik met hen de oprechtheid en intimiteit van vriendschap ervaar meer dan wat dan ook. Als ze ervaren dat ik van ze houd en zij beantwoorden dat op dezelfde manier.... er is niets mooiers.

Daar draait het om in het verhaal dat Jezus vertelt. De vader manipuleerde de zoon niet door wat hij deed. Hij hield slechts van hem zo innig als maar kon. Om te beginnen verklaart die liefde het feit waarom de vader hem liet gaan en waarom hij zo naar hem toerende om hem te omhelzen. Hij wist dat de zonde van zijn zoon hem al genoeg gestraft had. Hij rende omdat hij niet wilde dat zijn zoon nog een seconde langer dan nodig was, zou moeten lijden. Die pijn had hem ertoe gedreven om naar huis terug te keren. Al het andere was niet belangrijk meer.

God voelt op dezelfde manier voor jou. Hij is niet geinteresseerd in jouw dienen of jouw offers. Hij wil slechts dat je weet hoeveel Hij van je houdt en hoopt dat je reactie zal zijn dat jij van Hem houdt. Begrijp dat en al het andere in je leven zal op z’n plaats vallen. Mis dat en je mist alles.>

Met minder liefde leven

Op welk moment in dit ongelofelijke verhaal denk je dat de vader het meest van zijn zoon hield?

Elke keer wanneer ik dit verhaal vertel, stel ik de mensen deze vraag. Bijna altijd is het eerste antwoord ‘het moment waarop de vader de zoon tegemoet gaat op de oprijlaan’. Na enig nadenken opperen sommigen dat het misschien was toen hij zijn zoon de erfenis gaf en hem liet gaan. Pas dan dringt het door: er is niet een bepaald moment in het verhaal waarop de vader de zoon meer liefhad dan op een ander moment. Hij hield volkomen van hem, gedurende het hele proces. Zijn liefde is de constante factor in het verhaal.

De gebeurtenissen in dit verhaal hebben niets te maken met de ‘wisselende’ liefde van de vader – alleen de perceptie van de zoon is wisselend. Ofschoon hij op geen enkel moment in het verhaal minder geliefd was, leefde hij meestal alsof dit wel zo was. Toen hij het geld van zijn vader aannam en maakte dat hij wegkwam van de boerderij, dankbaar dat hij verlost was van zijn ‘familie’ en vrij om zijn eigen weg te zoeken, leefde hij ‘minder-geliefd’. Toen hij zijn geld er doorheen had gejaagd in een ander land, voor zijn eigen pleziertjes, en dacht dat het hem uiteindelijk gelukt was zijn vader voor de gek te houden, leefde hij ‘minder-geliefd’. Toen hij terug naar huis ging en in gedachten oefende wat hij als teken van berouw zou zeggen, bereid om alleen maar een slaaf van zijn vader te zijn, die op zoek was naar een zoon, leefde hij ‘minder-geliefd’.

Maar toen hij tenslotte thuis was gekomen en de mantel aan had en de sandalen en de ring, en naast zijn vader aan tafel zat en zijn tanden zette in een heerlijk stuk kalfsvlees, drong het tot hem door: hij was altijd al geliefd geweest! Maar na vandaag kan hij ophouden met te leven alsof dat niet zo is. Het grootste deel van ons leven leven we als ‘minder-geliefd’. Als we ons angstig afvragen of God het een of andere afschuwelijke offer van ons zal gaan vragen, leven we als ‘minder-geliefd’. Als we ons overgeven aan zonde, leven we als ‘minder-geliefd’. Als we in benauwdheid zijn vanwege de verpletterende druk van onze omstandigheden, leven we als ‘minder-geliefd’. Als we proberen Gods gunst te verdienen door onze eigen inspanningen, leven we als ‘minder-geliefd’. Zelfs als we in beslag genomen worden door religieuze verplichtingen, om onszelf meer acceptabel te maken voor Hem, leven we als ‘minder-geliefd’.

Dat is het verhaal van de oudere broer. Aan het eind van het verhaal is hij zo boos op zijn vader, omdat die zijn eigenzinnige broer thuis heeft ontvangen, dat hij weigert binnen te komen en mee feest te vieren. Hij was bij zijn vader gebleven, was nooit weggelopen om zijn eigen dingetjes te doen, maar ook hij liep nog steeds de relatie die zijn vader met hem wilde hebben, mis. Hoewel hij een zoon was, zag hij zichzelf als een slaaf en elk verzoek van zijn vader zag hij als een zwaar karwei.

De eerste zoon staat voor degenen die van God wegrennen door hun eigen zelfzuchtige dingen na te jagen. De oudere zoon staat voor hen die hard werken om zo indruk op God te maken door hun toewijding. Bang als ze zijn voor de gevolgen als ze dat niet doen, sloven ze zich voor Hem uit. Maar ze ervaren nooit de intieme relatie die de Vader met hen wil hebben. De Farizeeërs in de dagen van Jezus waren net zo, evenals veel mensen vandaag de dag die in beslag genomen worden door een hoop religieuze activiteiten, maar missen wat het werkelijk betekent om in de liefde van de Vader te leven.

Op de lange duur maakt het niet uit of rebellie of religie je afhouden van een bruisende relatie met de Vader: het resultaat is hetzelfde. Hij (de Vader) wordt beroofd van de relatie die Hij met je wil hebben en jij komt er nooit achter wat Zijn gevoelens voor jou zijn.

Jezus eindigt het verhaal met een interessant punt. De jongste zoon is binnen, in huis, en geniet van zijn pas ontdekte relatie met zijn vader. De oudere zoon is nog steeds buiten en zit na te denken over wat hij zal doen. Zal hij ontdekken hoeveel de vader van hem houdt en mee gaan feesten of zal hij blijven vinden dat zijn vader niet eerlijk is en buiten blijven, kwaad en alleen?

De keuze is aan hem – en aan jou! Alles in je leven hangt af van het antwoord op een simpele vraag.
Weet je hoeveel er van jou gehouden wordt?
Wordt het niet tijd dat je daar eens achter komt?

“En ik bid dat je dan samen met alle heiligen, in staat zal zijn te vatten, hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is, en te kennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat je vervuld wordt tot alle volheid van God.”

- Efeze 3: 17-19




Vragen voor je persoonlijke reis:

• Vraag God om je laten zien waar jij je in je leven ‘minder’geliefd’ voelt?
• Wat voor gevolg heeft dat voor je: ga je gewoon je eigen gang zoals de jongere broer deed of ga je je nog meer inspannen zoals de oudere broer deed?
• God wil dat je weet dat je niets kunt doen waardoor Hij meer van je zal houden dan op dit moment, en dat je ook niets kunt doen waardoor Hij minder van je zal gaan houden. Hij houdt gewoonweg van je.
• Vraag Hem om je te leren inzien hoe waar dit is, zodat je vrij kunt leven.


Voor bespreking in de kleine groep:

• Lijk je meer op de oudere of meer op de jongere zoon? Waarom vind je dat?
• Wat heb je geleerd over de liefde van God in deze gelijkenis?
• Wat voor dingen heb jij gedaan op momenten dat jij je minder geliefd voelde door God?
• Noem eens een paar voorvallen waarbij God liet zien dat Hij van je houdt, zelfs op momenten dat je niets deed om dat te verdienen.


Ga naar hoofdstuk 5
 
 

Lifestream
Homesite van de schrijver
Wayne Jacobson (Engels)


Contact
Contact mogelijk met de vertaler Coen Groos of met de webmaster Mirjam Slootweg alias Cybermier


 
  De schrijver, Wayne Jacobson, heeft vaak gezegd dat ‘HE LOVES ME’ het belangrijkste boek is dat hij ooit heeft geschreven. Het is zijn verlangen dat dit boek voor iedereen beschikbaar is. Leren leven vanuit de dagelijkse ervaring van Vaders liefde en niet vanuit een prestatie-gerichtheid die voortkomt uit een religieus plichtsbesef. Dit zal je leiden naar een intiemere vriendschapsrelatie met Hem. Het zal je diepste innerlijk raken en je volkomen veranderen. Het zal je vrijzetten om Hem in de wereld bekend te maken door met anderen deze reis te delen en je zult ervaren hoe fantastisch het leven van een christen kan zijn.

Deze vertaling van ‘HE LOVES ME’ (van Wayne Jacobson) wordt je gratis aangeboden. Hoewel er copyright op rust, mag je het via de elektronische weg of in geprinte vorm doorgeven aan anderen, als je er maar geen geld voor vraagt en niets aan de inhoud verandert.