Inhoudsopgave
Voorwoord
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
Hoofdstuk 6
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 8
Hoofdstuk 9
Hoofdstuk 10
Hoofdstuk 11
Hoofdstuk 12
Hoofdstuk 13
Hoofdstuk 14
Hoofdstuk 15
Hoofdstuk 16
Hoofdstuk 17
Hoofdstuk 18
Hoofdstuk 19
Hoofdstuk 20
Hoofdstuk 21
Hoofdstuk 22
 
Hoofdstuk 2

Wat de discipelen van Jezus
niet wisten



Kan jij je voorstellen wat het voor Jezus moet hebben betekend, toen Hij voor de eerste keer sinds zij vrienden waren geworden, met Zijn discipelen in een kring zat?

Iedereen weet hoe dat gaat met een kennismaking. Er vallen soms van die pijnlijke stiltes en je gebruikt afgepaste woorden om de ander wat af te tasten. De discipelen zullen dat zeker ook met Jezus hebben meegemaakt.

Wie is deze leraar en wonderwerker eigenlijk en wie zijn die andere mannen die ook besloten hebben alles op te geven wat ze hebben om Hem te volgen?

Misschien gebeurde het na een maaltijd, tijdens een gesprek, of toen ze samen op weg waren ergens naar toe. Hoe het ook zij, op een gegeven moment voelden ze zich veilig genoeg bij Hem en de anderen om hun terughoudendheid te laten varen. Ze wogen hun woorden niet langer zorgvuldig af en probeerden niet langer indruk op elkaar te maken, maar stelden zich open op in een ontluikende vriendschap. Er was ruimte om echt te zijn en te lachen. Je kon de ogenschijnlijk domme vraag stellen en je ontspannen temidden van de anderen.

Wat moet Jezus toen gevoeld hebben? Voor de eerste keer sinds die afschuwelijke dag in de Hof van Eden zat God bij mensen, van wie Hij hield, en zij doken nu niet in elkaar van angst. Was het dit wat Hij altijd al gewild had en wat door een impulsieve daad van Adam en Eva onmogelijk was geworden en wat de mensen van wie Hij hield had verdreven, waardoor zij zich verborgen hadden voor Zijn tegenwoordigheid?

Vol schaamte over hun zonde en vol angst vanwege Zijn afschrikwekkende heiligheid bleven mannen en vrouwen eeuwenlang op grote afstand van God staan en durfden niet dichterbij te komen. Enkele opmerkelijke uitzonderingen daargelaten wilde de overgrote meerderheid van hen niets te maken hebben met de onbelemmerde tegenwoordigheid van God. Toen de berg Sinai schudde van de donder en de aardbevingen smeekten de mensen Mozes in hun plaats met God te spreken. Zij wilden niets met Hem te maken hebben. God was een afschrikwekkend persoon en je veilig voelen bij Hem was ondenkbaar. Tenminste vanuit hun standpunt gezien.

Maar God heeft dat nooit zo bedoeld. Het is altijd Zijn bedoeling geweest om de gemeenschap die Adam en Eva waren kwijtgeraakt in en door de zondeval, te herstellen. In Jezus kon God gaan zitten bij degenen van wie Hij hield en zij voelden zich genoeg op hun gemak om met Hem echt in gesprek te komen. Wat een geweldig moment moet dat voor Jezus zijn geweest, om samen met mensen te zijn, die niet langer zodanig met ontzag voor Hem waren ingeboezemd, dat zij niet konden genieten van Zijn tegenwoordigheid.

Dat kon natuurlijk alleen gebeuren, omdat ze er geen idéé van hadden, dat het God was die het vuur had aangelegd bij het meer van Galilea (na de opstanding van Jezus uit de dood), toen ze daar bij elkaar zaten en met elkaar lachten. Want hoewel wij nu weten dat Jezus ‘God in het vlees’ op aarde was, hadden zij daar geen flauw vermoeden van en dat maak alle verschil.


De vermomde God

Als ik ergens moet spreken, houd ik ervan om ruim op tijd aanwezig te zijn, zodat ik de mensen die mij hebben uitgenodigd kan ontmoeten en me vrij onder hen kan bewegen. Ik stel mezelf voor door alleen mijn voornaam te noemen en laat nooit merken dat ik de spreker ben. Het is verrassend dat maar weinig mensen er dan achter komen. En op die manier heb ik echte gesprekken met hen, voordat ik ga spreken.

Ik heb gemerkt dat mensen me anders behandelen, dan wanneer ze merken dat ik de spreker of de schrijver van buiten de stad ben. Ze zijn in het eerste geval veel meer zichzelf en bereid vrijuit over hun leven en hun aspiraties te praten. Op het moment, dat ze ontdekken wie ik ben, verandert dat allemaal. Ze zijn dan veel meer zelfbewust en terughoudend, en focussen liever hun vragen op mij en mijn werk. Het ontdekken van wie ik ben, torpedeert de mogelijkheid tot het hebben van fellowship die ik zo graag met mensen heb.

Ik geef toe dat het wat genant zou kunnen zijn. Ik heb gemerkt dat sommige van de aanwezigen zich enorm geneerden, toen ik tenslotte aangkondigd werd. Sommigen van hen kwamen na afloop zelfs naar me toe en boden hun verontschuldigingen aan voor het feit dat ze me niet herkend hadden en maar hadden staan kletsen over hun kinderen of hoe hun dag geweest was. Net alsof die dingen nu ineens onbeduidend waren geworden, vanwege het feit dat ze nu wisten wie ik wel was! Maar dan herinner ik hen eraan, dat ik degene was die hen had gevraagd naar hun kinderen of over hun baan en dat ik dat niet gedaan zou hebben, als ik niet geïnteresseerd was geweest.

Maar wanneer mensen me eenmaal in het ‘doosje’ van de gastspreker hebben gestopt, is het moeilijk voor mij om er weer uit te komen. Het kost meestal aardig wat tijd om de mensen zich weer ontspannen te laten voelen en mij gewoon de broeder in Christus te laten zijn die ik in feite ook ben. Zo beperkend als de rol van gastspreker ook voor mij kan zijn, ik denk dat het ‘God-doosje’ waarin men God stopt veel erger voor Hem is. Maar ik kan nu in ieder geval tot een bepaalde hoogte begrijpen, waarom Hij in cognito kwam. Want zo kon Hij de relatie die Hij vanaf het begin voor ogen heeft gehad met de mensen hebben.

De discipelen bevonden zich in de lijfelijke, tastbare aanwezigheid van God en ze waren zich er totaal niet van bewust. Ze wisten, dat Hij een man van God was.br>
Natuurlijk! Wie zou Zijn wonderen kunnen zien en naar Zijn wijsheid kunnen luisteren zonder dat te beseffen?

Bij tenminste één gelegenheid identificiceerden zij Hem als de beloofde Messias. Maar er was niets in de Joodse hoop op een Messias gedurende de eerste eeuw dat zei, dat Hij ‘God in het vlees’ zou zijn. Ze verwachtten, dat Hij iemand zou zijn die door God bekrachtigd was, zoals Mozes, David of Elia. Maar het was ondenkbaar dat God de menselijke gedaante zou aannemen en op die manier op aarde zou leven.

Hoe kon de heilige God onder zondige mensen leven en Zich van aangezicht tot aangezicht met hen bemoeien? Op elk ander moment wanneer Hij verschenen was had Hij hen doodsangst aangejaagd, en sommigen van hen zelfs verteerd. Ze dachten, dat dat het was wat God wilde, maar we zullen zien dat dit veel meer te maken had met hoe zonde reageert op Zijn tegenwoordigheid en niet met hoe God wilde dat men Hem zou kennen.


De onthulling

En dus vermomde God Zich. Eerst als een baby in de kribbe. Toen als een jongen die in Nazareth opgroeide. En tenslotte als een jongeman die door de heuvels van Galilea liep. Niemand had het flauwste vermoeden, dat God bij hen was komen wonen, en daarom kromp niemand van schaamte in elkaar, toen ze bij Hem in de buurt waren.

Voor het eerst sinds de dagen dat Hij met Adam en Eva in de hof wandelde, was God weer onder de mensen. Op een manier zoals Hij dit altijd al gewild had. En wonderlijk genoeg, gebroken mensen werden naar Hem toegetrokken en niet afgewezen. Zijn volgelingen voelden zich zeker genoeg in Zijn aanwezigheid om echt te zijn, zelfs als hun zucht naar macht of hun arrogantie ten aanzien van anderen openbaar werd. Nu was God in de gelegenheid om de relatie met hen te hebben die Hij altijd al met hen gewild had.

De discipelen hadden niet door wie Jezus werkelijk was. Zelfs niet toen, op de laatste dag van Zijn leven op aarde, vlak voordat Hij gekruisigd werd, Jezus daar iets over zei tijdens de laatste maaltijd die Hij met hen had. “Als jullie Mij werkelijk zouden kennen, zou je de Vader ook kennen.” Toen de discipelen Hem hierover vragen stelden, besefte Jezus dat ze er geen idee van hadden wie Zijn Vader was en Hij zei het nog duidelijker: ”Kennen jullie Mij nog niet, zelfs nadat ik al zo een tijd bij jullie ben geweest? Iedereen die Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. Hoe kan je dan zeggen, ‘Toon ons de Vader’?”

Maar nu wilde Hij dat ze het zouden weten. Het moment was aangebroken dat de vermomming afgedaan zou worden. “Geloven jullie niet, dat Ik in de Vader ben, en dat de Vader in Mij is?” Over enkele uren zou Hij van hen weggenomen worden, terecht staan, gemarteld en ter dood gebracht worden. Daarna, de volgende keer dat de discipelen Hem zouden zien, zou Hij de opgestane Christus zijn. Nu zou het niet meer verborgen zijn wie Hij werkelijk was.

Hoe zouden de discipelen Hem dan behandelen? Zouden ze terugvallen op het in elkaar krimpen van doodsangst voor Zijn Majesteit? Jezus wilde niet dat dit besef de relatie die Hij met hen had opgebouwd zou tenietdoen, maar juist dat die sterker zou worden.

De woorden die Hij in de bovenkamer sprak waren bedoeld om hen te helpen, om de relatie die zij met Hem, Jezus in het vlees, hadden ervaren, ook met de Vader - die zij nog niet kenden - zouden hebben. En met de opgestane Christus, en met de Heilige Geest. In plaats van dat Zij(‘de Goddelijke Drie-Eenheid’, toevoeging van de vertaler) met hen in het vlees zouden zijn, zouden Zij komen en ‘woning in hen maken’. Maar de relatie zou niet alleen op die manier worden voortgezet. Jezus vertelde hen, dat het zelfs beter zou zijn dan wat zij al met Hem (‘Jezus in het vlees’) hadden ervaren.

“Op die dag zullen jullie weten, dat Ik in Mijn Vader ben, en jullie in Mij en Ik in jullie.”

Lees deze woorden nog eens.

Nadat Hij hen zo juist had verteld, dat Hij en de Vader één waren omdat de Vader in Hem was, nodigde Hij hen nu uit voor dezelfde relatie. “Jullie zullen in Mij zijn en Ik zal in jullie zijn.”

In deze simpele woorden openbaarde Jezus wat Gods verlangen vanaf de eerste dag van de schepping was: mannen en vrouwen uitnodigen om de relatie te hebben die God al van eeuwigheid tot eeuwigheid in Zichzelf heeft. Het zou zo zijn dat Zij de vreugde, liefde, heerlijkheid en het vertrouwen – die Zij altijd hadden gedeeld met elkaar - niet meer voor zichzelf zouden kunnen houden. Hun doel in het scheppen van de wereld was om ons uit te nodigen om als ‘pure’ schepselen deel te hebben aan het wonder van deze relatie.


Tedere beelden

De vriendschap, die Jezus had met zijn discipelen, staat model voor de relatie, die Hij ook met jou wil hebben. Hij wil de stem zijn die jou in elke situatie stuurt.. De vrede zijn, die jou rust geeft in tijden van zorg. De kracht zijn, die jou staande houdt in tijden van storm. Hij wil dichter bij je zijn dan je dierbaarste vriend en trouwer dan wie dan ook.

Ik weet, dat dit belachelijk klinkt. Hoe kunnen gewone mensen genieten van zo’n vriendschap met de Almachtige God, die met één woord alles wat wij zien schiep? Durf ik te denken, dat Hij zou geven om de kleine dingetjes van mijn leven? Is het niet aanmatigend zelfs maar te veronderstellen, dat Hij een behagen in mij zou scheppen, terwijl ik nog zit te worstelen met de mislukkingen van mijn vlees?

Dat zou het inderdaad zijn, ware het niet dat het Zijn idéé is! Hij is degene, die heeft aangeboden jouw liefhebbende Vader te zijn en het leven met jou te delen op een manier die geen aardse vader ooit zou kunnen doen.

Verwijs deze uitnodiging niet naar een abstract geestelijk vlak. Wanneer de Schrift spreekt over de relatie, die God met ons wil hebben, gebruikt ze de meest tedere beelden uit onze wereld. Hij noemt ons ‘jonge kinderen die geliefd zijn door een goedgunstige Vader’; ‘de bruid van een verwachtingsvolle (aanstaande) bruidegom’; de ‘vrienden die dierbaar genoeg zijn om voor te sterven’ en de ‘kleine kuikentjes die onder de beschermende vleugels van de moederkip vluchten’.

Hij is duidelijk serieus ten aanzien van de intimiteit en zekerheid van een relatie met Hem, die gebouwd is op liefde en vertrouwen. Velen schrikken terug voor zulke gedachten, omdat ze het gevoel hebben, dat ze dan de uitzonderlijkheid van de Almachtige God omlaag halen. Om eerlijk te zijn, hun angst wordt vaak bewaarheid door degenen die zich gedragen of ze een soort ‘maatje’ van God zijn. En dat doet dus wel tekort aan wie Hij werkelijk is.

Maar we moeten ons niet laten weerhouden van het ware wat God ons aanbiedt, vanwege het feit dat anderen er een verkeerd ‘gebruik’ van maken. Zoals we zullen zien, zal ware vriendschap met de Levende God Hem nooit omlaag halen. Het verlaagt Hem niet tot ons niveau en het staat ons niet toe om op een banale manier met Hem om te gaan. We zullen Zijn Vaderschap alleen maar in een nog grotere dimensie zien.

Het feit, dat mijn aardse vader mij de vreugde van vriendschap kan schenken, deklasseert hem niet als vader in mijn leven. Omdat hij mijn vriend is, wil dat niet zeggen, dat hij niet langer mijn vader is. En zo is het ook met God. Hij wil dat we Zijn liefde zo vertrouwen, dat we ons zeker en veilig zullen voelen in Zijn tegenwoordigheid. Maar het is nog steeds de tegenwoordigheid van de Levende God. En zo wordt deze vriendschap alleen nog maar ongelofelijker. Om dit echter te ervaren, moeten we inzien hoeveel Hij van ons houdt, en dat is voor velen van ons – genodigden om Hem zo te leren kennen – niet zo eenvoudig. En dat komt niet doordat zij Hem zo overweldigend wonderbaar vinden, maar omdat zij altijd doodsbang zijn geweest voor de dreiging van een eeuwige hel.



Enkele vragen voor jouw persoonlijke reis:

• Denk eens even na over je relatie met God.
• Zie je dat ze groeit in intimiteit en gevoeligheid, of voelt het abstract?
• Is Hij meer echt dan je dierbaarste vriend, of is Hij op afstand en schijnt Hij zich zelden met de echte kwesties in jouw leven in te laten?
• Als je relatie met Hem niet is zoals je het graag wilt, vraag Hem dan je te helpen, zodat je Hem beter leert kennen en Zijn tegenwoordigheid de hele dag door zal herkennen.


Discussie in de kleine groep:

• Deel eens met de anderen in de groep jouw favoriete bijbelverhaal waarin God Zichzelf aan iemand openbaart.
• Wat zie je in de relatie die Jezus met Zijn discipelen had, dat je in jouw eigen relatie met Hem ook wilt zien?
• Deel eens met de anderen iets wat je in je eigen leven ervaren hebt, toen je je op een tastbare manier bewust was van Gods aanwezigheid.
• Neem eens even de tijd met elkaar om te praten over wat we kunnen doen om God beter te leren kennen.


Ga naar hoofdstuk 3
 
 

Lifestream
Homesite van de schrijver
Wayne Jacobson (Engels)


Contact
Contact mogelijk met de vertaler Coen Groos of met de webmaster Mirjam Slootweg alias Cybermier


 
  De schrijver, Wayne Jacobson, heeft vaak gezegd dat ‘HE LOVES ME’ het belangrijkste boek is dat hij ooit heeft geschreven. Het is zijn verlangen dat dit boek voor iedereen beschikbaar is. Leren leven vanuit de dagelijkse ervaring van Vaders liefde en niet vanuit een prestatie-gerichtheid die voortkomt uit een religieus plichtsbesef. Dit zal je leiden naar een intiemere vriendschapsrelatie met Hem. Het zal je diepste innerlijk raken en je volkomen veranderen. Het zal je vrijzetten om Hem in de wereld bekend te maken door met anderen deze reis te delen en je zult ervaren hoe fantastisch het leven van een christen kan zijn.

Deze vertaling van ‘HE LOVES ME’ (van Wayne Jacobson) wordt je gratis aangeboden. Hoewel er copyright op rust, mag je het via de elektronische weg of in geprinte vorm doorgeven aan anderen, als je er maar geen geld voor vraagt en niets aan de inhoud verandert.